<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2021:1799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:16:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/1754 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TAR 2021/104</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1799">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-26T12:15:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2021:1799 Centrale Raad van Beroep , 22-07-2021 / 20/1754 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2021:1799:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Plaatsing in lagere salarisschaal na functiewaardering. Onjuiste grondslag. In artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling is weliswaar bepaald dat het salaris van de ambtenaar wordt vastgesteld aan de hand van zijn functieschaal, maar uit de toelichting bij artikel 3:5 van de Arbeidsvoorwaardenregeling blijkt dat een herwaardering van de functie, die leidt tot een lagere functieschaal, geen gevolgen heeft voor het salaris van degene die op het moment van herwaardering de functie vervult. Artikel 3:5 van de Arbeidsvoorwaardenregeling vereist voor een verlaging van de salarisschaal, behoudens voorafgaand ontslag, een wettelijke grondslag. Uit dit samenstel volgt dat artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling niet de hiervoor vereiste grondslag kan zijn. Dit geldt eveneens voor artikel 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling. Dit artikel geeft de bevoegdheid om aan een ambtenaar die wordt geconfronteerd met een lagere salarisschaal een garantietoelage toe te kennen, maar biedt op zichzelf geen grondslag voor een verlaging van de salarisschaal. De toelichting bij artikel 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling kan de grondslag niet scheppen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2021:1799:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>20</nr>1754 AW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 22 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van </para>
      <para>3 april 2020, 19/1102 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Putten (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens het college heeft mr. G.H. Boelens, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2021. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Boelens en A.W.M.G. van Anraad. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. R.J. Boskma. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met ingang van 1 januari 2020 is de Ambtenarenwet gewijzigd en Ambtenarenwet 2017 (AW 2017) gaan heten. Op grond van artikel 16, tweede lid, van de AW 2017 blijft op besluiten of handelingen die vóór 1 januari 2020 zijn bekendgemaakt, het toen geldende recht van toepassing wat betreft de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen en wat betreft de behandeling van dat bezwaar of beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Betrokkene was sinds 1 januari 1993 werkzaam bij de gemeente [gemeente] . Vanaf 1 juli 2001 vervulde betrokkene de functie van [functie] , salarisschaal 9.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na daartoe een voornemen aan betrokkene kenbaar te hebben gemaakt, waarop betrokkene zijn zienswijze heeft gegeven, heeft het college bij besluit van 26 juni 2018 met ingang van 1 januari 2018 de functiebeschrijving van salarisadministrateur, gewaardeerd in salarisschaal 8, op hem van toepassing verklaard. Voorts heeft het college betrokkene ingeschaald in deze lagere salarisschaal en aan hem een garantietoelage toegekend ter hoogte van het verschil tussen zijn voorgaande inschaling en zijn huidige inschaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij besluit van 15 januari 2019 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard en de ingangsdatum van de inschaling van betrokkene in salarisschaal 8 gewijzigd naar 1 juli 2018.</para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, voor zover dat betrekking heeft op de inschaling van betrokkene in salarisschaal 8 en de toekenning van een garantietoelage, en het primaire besluit herroepen, voor zover betrokkene daarbij met ingang van 1 januari 2018 is ingeschaald in salarisschaal 8 en een garantietoelage is toegekend. </para>
      <para />
      <para>3. In hoger beroep heeft het college zich op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <para>Artikel 3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling Putten 2012 (Arbeidsvoorwaardenregeling) bepaalt:</para>
        <para>1. Het college stelt de functies vast die door ambtenaren binnen de gemeentelijke organisatie kunnen worden bekleed.</para>
        <para>2. Elke functie wordt beschreven op basis van een functiewaarderingssysteem.</para>
        <para>3. Voor elke functie stelt het college een functieschaal vast op basis van een functiewaarderingssysteem.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <para>Artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling bepaalt dat het college het salaris van een ambtenaar vaststelt aan de hand van zijn functieschaal zoals opgenomen in de salaristabel in bijlage IIa, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met aanduiding van een periodiek in de functieschaal.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <para>Artikel 3:5, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling bepaalt dat zonder voorafgaand ontslag voor de ambtenaar geen salarisschaal kan gaan gelden met een lager maximumsalaris, tenzij hiervoor in deze regeling of andere wet- en regelgeving een grond aanwezig is.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>In de toelichting op artikel 3:5, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling staat:</para>
          <para>“Uit deze bepaling vloeit voort dat een herwaardering van de functie, die leidt tot een lagere functieschaal, geen gevolgen heeft voor het salaris van degenen die op het moment van herwaardering de functie vervult.”</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.5.</nr>
        <para>Artikel 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling bepaalt dat het college aan een ambtenaar die wordt geconfronteerd met een lager salaris en/of salaristoelagen, een garantietoelage kan toekennen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.6.</nr>
        <parablock>
          <para>In de toelichting op artikel 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling staat:</para>
          <para>“Deze bepaling vormt de grondslag voor toelagen die door het college worden toegekend. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarin de functie van een ambtenaar als gevolg van herwaardering in een lagere salarisschaal wordt ingedeeld.”</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.7.</nr>
        <para>Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Regeling functiewaardering wordt de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde functiewaardering omgezet in de salarisschalen middels toepassing van de conversietabel. Op grond van het tweede lid van dit artikel vindt inschaling plaats volgens artikel 3:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het college stelt dat de vereiste bevoegdheid om betrokkene in een lagere salarisschaal te plaatsen kan worden gevonden in de systematiek van de artikelen 3:1, 3:3, 3:5 en 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling en artikel 3 van de Regeling functiewaardering. Dit betoog slaagt niet. De artikelen 3:1 en 3:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling en artikel 3 van de Regeling functiewaardering zien niet op een verlaging van de salarisschaal. In artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling is weliswaar bepaald dat het salaris van de ambtenaar wordt vastgesteld aan de hand van zijn functieschaal, maar uit de toelichting bij artikel 3:5 van de Arbeidsvoorwaardenregeling blijkt dat een herwaardering van de functie, die leidt tot een lagere functieschaal, geen gevolgen heeft voor het salaris van degene die op het moment van herwaardering de functie vervult. Artikel 3:5 van de Arbeidsvoorwaardenregeling vereist voor een verlaging van de salarisschaal, behoudens voorafgaand ontslag, een wettelijke grondslag. Uit dit samenstel volgt dat artikel 3:3, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling niet de hiervoor vereiste grondslag kan zijn. Dit geldt eveneens voor artikel 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling. Dit artikel geeft de bevoegdheid om aan een ambtenaar die wordt geconfronteerd met een lagere salarisschaal een garantietoelage toe te kennen, maar biedt op zichzelf geen grondslag voor een verlaging van de salarisschaal. De toelichting bij artikel 3:15 van de Arbeidsvoorwaardenregeling kan de grondslag niet scheppen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit 4.1.1 tot en met 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand (1 punt) en reiskosten. Deze worden begroot op € 764,40.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 764,40;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van het college een griffierecht van € 532,- wordt geheven. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van B.H.B. Verheul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) H. Lagas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) B.H.B. Verheul</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>