<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2021:1659</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-12T16:05:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/590 PW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1659">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1659</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-09T09:11:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2021:1659 Centrale Raad van Beroep , 06-07-2021 / 20/590 PW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2021:1659:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Geen bijzondere bijstand voor vertaalkosten. De kosten doen zich niet voor.</para>
        <para>Ter zitting heeft het college nader toegelicht dat het op de weg ligt van appellant om in ieder geval aannemelijk te maken dat, in dit geval, vertaalkosten gemaakt gaan worden. Dat kan bijvoorbeeld door het overleggen van een offerte. Dit heeft appellant nagelaten. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden niet kon worden volstaan met een enkele schatting van de kosten. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand daarom terecht afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2021:1659:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>20</nr>590 PW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 6 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van      14 januari 2020, 19/860 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld en een nader stuk ingediend. Hij heeft daarbij tevens een verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft nog een nader stuk ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2021. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.J. Olthof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 2 oktober 2018 heeft appellant bijzondere bijstand aangevraagd voor vertaalkosten. Appellant heeft op 19 oktober 2018 desgevraagd telefonisch aan het college laten weten dat de geschatte kosten ongeveer € 100,- tot € 200,- zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 6 november 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 1 maart 2019 (bestreden besluit), heeft verweerder de aanvraag van eiser voor bijzondere bijstand voor vertaalkosten van een document van Engels naar Nederlands afgewezen. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat het op de weg van de aanvrager ligt om aan te tonen dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd ook daadwerkelijk zijn gemaakt of worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het overleggen van een nota of anderszins. Appellant heeft geen nota overgelegd. Verder is niet vast komen te staan of appellant een advocaat heeft ingeschakeld. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vertaalkosten zijn of worden gemaakt. </para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <para>3. In hoger beroep heeft appellant zich op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (PW), voor zover van belang, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW moet eerst beoordeeld worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte moet de vraag worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of de vertaalkosten zich hebben voorgedaan. Appellant heeft in dit verband aangevoerd dat hij kon volstaan met een schatting van de te maken kosten. De aanvraag mag namelijk vooraf worden ingediend en – volgens de beleidsregels van de gemeente Heerenveen – ook nog achteraf tot een jaar nadat de kosten zich hebben voorgedaan. Deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ter zitting heeft het college nader toegelicht dat het op de weg ligt van appellant om in ieder geval aannemelijk te maken dat, in dit geval, vertaalkosten gemaakt gaan worden. Dat kan bijvoorbeeld door het overleggen van een offerte. Dit heeft appellant nagelaten. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden niet kon worden volstaan met een enkele schatting van de kosten. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand daarom terecht afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit 4.3 en 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Gelet hierop bestaat voor een veroordeling tot vergoeding van schade geen grond. Het verzoek daartoe zal daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van Y.S.S. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) A.J. Schaap</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) Y.S.S. Fatni</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>