<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2021:1559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-01T12:00:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/1259 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1559">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:1559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-01T05:36:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2021:1559 Centrale Raad van Beroep , 30-06-2021 / 19/1259 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2021:1559:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv aan appellant is tegemoetgekomen. Kostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2021:1559:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 30 juni 2021</para>
      <para>19/1259 WAO </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van </para>
      <para>14 februari 2019, 18/1916 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. D.D. Pietersz, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. Pietersz het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben desgevraagd verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om op een  zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het Uwv heeft bij besluit van 4 februari 2021 het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 oktober 2017 alsnog gegrond verklaard en de uitkering van appellant die hij op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangt met ingang van 24 juli 2016 gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv heeft de kosten voor de in bezwaar verleende beroepsmatig verleende rechtsbijstand vergoed tot een bedrag van € 1.068,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Hiermee is het Uwv aan appellant tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.335,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift, </para>
        <para>1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor reactie, met een waarde van € 534,- per punt) en € 1.335,- in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor zienswijze, met een waarde van € 534,- per punt), in totaal € 2.670,-.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.670,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van A.L.K. Dagmar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A.I. van der Kris</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A.L.K. Dagmar</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>