<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2020:3470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-04T12:30:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/7680 WLZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2020:3470">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2020:3470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-04T11:14:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2020:3470 Centrale Raad van Beroep , 30-12-2020 / 17/7680 WLZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2020:3470:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag Wlz-zorg terecht afgewezen. Niet voldaan aan de criteria voor Wlz-zorg. Bij appellante kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2020:3470:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>7680 WLZ</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 30 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 november 2017, 17/1013 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CIZ </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante heeft mr. E. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIZ heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante is onder meer bekend met spina bifida cervicaal met incomplete dwarslaesie en migraine. Appellante heeft op 24 mei 2016 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 5 augustus 2016 heeft CIZ deze aanvraag afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De medisch adviseur van CIZ heeft op 28 december 2016, aangevuld op 16 maart 2017, medisch advies uitgebracht. Volgens de medisch adviseur leiden de fysieke beperkingen van appellante niet tot een medische noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid. Deze beperkingen leiden tot planbare en oproepbare zorgmomenten. Er is geen medische reden bekend waarom appellante niet adequaat zou kunnen alarmeren, niet adequaat om hulp zou kunnen vragen en op hulp zou kunnen wachten. Volgens de medisch adviseur komt de afhankelijke, onzekere houding van appellante, zoals deze blijkt tijdens het huisbezoek, niet overeen met de informatie van de revalidatiearts. Nu geen (neuropsychologisch) onderzoek heeft plaatsgevonden naar de oorzaak van deze afhankelijke opstelling en niet is onderzocht of appellante nog leerbaar is ten aanzien van verder zelfstandig functioneren, kan niet worden vastgesteld dat appellante blijvend is aangewezen op 24 uur zorg in de nabijheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij besluit van 24 maart 2017 (bestreden besluit) heeft CIZ vervolgens het bezwaar tegen het besluit van 5 augustus 2016 onder verwijzing naar de medische adviezen ongegrond verklaard. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante niet voldoet aan de criteria voor Wlz-zorg. Bij appellante kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. </para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank het volgende overwogen. Het onderzoek van CIZ is voldoende zorgvuldig en volledig geweest. Hetgeen appellante heeft aangevoerd geeft geen concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de inhoud van de medische adviezen. Het standpunt van appellante dat zij regieproblemen heeft, is niet met medische documenten onderbouwd. Niet is gebleken dat appellante niet in staat is om op relevante momenten zelf hulp in te roepen. Evenmin is gebleken dat, wanneer op die momenten niet direct hulp beschikbaar is voor appellante, zij daarvan ernstig nadeel ondervindt. </para>
      <para />
      <para>3. Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft – kort samengevat – aangevoerd dat het medisch onderzoek van CIZ onzorgvuldig en onvolledig is geweest. Volgens appellante heeft zij permanent toezicht nodig zowel binnenshuis als buitenshuis. </para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. In wat appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht, heeft de Raad geen reden gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad voegt hier aan toe dat de revalidatiearts Emmelot in zijn brief van 11 september 2017 te kennen heeft gegeven dat voor een neuropsychologisch onderzoek geen indicatie bestond en dat appellante de laatste jaren niet terug heeft hoeven vallen op continue 24-uurs zorg, omdat zij in voldoende mate zelfstandig was. Wat appellante hiertegen heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om aan de juistheid van deze informatie te twijfelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé als voorzitter en H.J. de Mooij en H. Benek als leden, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) L.M. Tobé</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) P. Boer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>