<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2020:273</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-10T10:39:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/1319 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2020:273">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2020:273</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-10T08:39:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2020:273 Centrale Raad van Beroep , 04-02-2020 / 18/1319 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2020:273:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet gemeld aandeel in vermogensbestanddeel. Er is niet aannemelijk gemaakt dat appellanten daarover niet konden beschikken. Het recht is niet vast te stellen in verband met ontbrekende taxatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2020:273:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>1319 PW-PV, 18/5936 PW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 25 januari 2018, 17/3042 en van 11 oktober 2018, 17/5057, (aangevallen uitspraken)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] en [appellante], beiden te [woonplaats] (appellanten)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Soest (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 4 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: <?linebreak?>P.W. van Straalen als voorzitter en W.F. Claessens en E.C.G. Okhuizen als leden</para>
      <para>Griffier: F.H.R.M. Robbers</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is voor appellanten verschenen mr. D. Gürses, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Boogaards. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het verhandelde ter zitting gaat het in deze zaak alleen nog over de intrekking van bijstand over de periode 21 februari 2005 tot en met 20 december 2015 en een terugvordering van kosten van bijstand tot een bedrag van € 201.931,72. Niet in geschil is dat appellanten in de te beoordelen periode gerechtigd waren voor 1/6 aandeel in een onroerende zaak in Turkije. Appellanten stellen dat zij feitelijk niet over dat aandeel kunnen beschikken. Zij hebben die stelling echter niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwd. Er moet daarom van worden uitgegaan dat zij over hun aandeel kunnen beschikken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten hebben hun inlichtingenverplichting geschonden door geen melding te maken van hun aandeel in de onroerende zaak. Als gevolg daarvan kan het recht op bijstand in de te boordelen periode niet worden vastgesteld. Het college heeft weliswaar een taxatie laten maken, maar deze taxatie dateert van na de te beoordelen periode en zegt niets over de waarde van de onroerende zaak in de te beoordelen periode. Appelanten hebben ervoor gekozen om geen taxatie op te laten maken die daar wel iets over zegt. Omdat de waarde van de onroerende zaak in de te beoordelen periode niet kan worden vastgesteld, kan over die periode ook geen vermogensvaststelling plaatsvinden. De Raad ziet geen aanleiding om, zoals door appellanten is voorgesteld, in het kader van een fictieve vermogensvaststelling uit te gaan van de OZB-waarde over 2013, 2014, 2015 en 2016, die wordt genoemd in de aan de besluitvorming ten grondslag liggende rapportage. Daarbij is van belang dat geen inzicht bestaat in de waardeontwikkeling van de onroerende zaak in de te beoordelen periode, maar ook dat geen inzicht bestaat in de omvang van de nalatenschap waaruit de onroerende zaak afkomstig is en geen inzicht bestaat in de omvang van de huurinkomsten uit de onroerende zaak in de te beoordelen periode. Gelet op de onbekendheid met die gegevens kan ook geen oordeel worden gegeven over de evenredigheid van de terugvordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande betekent dat de gronden, zoals die zijn aangevoerd in hoger beroep, niet slagen. De Raad zal de aangevallen uitspraken daarom bevestigen. Er bestaat in dat geval geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) F.H.R.M. Robbers	(getekend) P.W. van Straalen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>