<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2020:2278</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-30T09:23:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/3394 ZW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2019:5388" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2019:5388, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2020:2278">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2020:2278</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-28T10:44:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2020:2278 Centrale Raad van Beroep , 10-09-2020 / 19/3394 ZW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2020:2278:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ongegrond verklaring bezwaren tegen beëindiging ZW en WIA-uitkering. Er is geen reden gebleken om aan te nemen dat appellant belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van zijn standpunt dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat. Appellant heeft voldoende ruimte gehad om medische stukken in te dienen. Noch in bezwaar, noch in beroep, noch in hoger beroep heeft hij van deze ruimte gebruik gemaakt. Voor het aannemen van het ontbreken van equality of arms bestaat geen aanleiding. Nu evenmin twijfel bestaat aan de juistheid van het medisch oordeel van de verzekeringsartsen ziet de Raad geen aanleiding om een deskundige in te schakelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2020:2278:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: </para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 juli 2019, 18/6174 ZW (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 10 september 2020</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Zitting heeft: mr. T. Dompeling als lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>Griffier: A.L. Abdoellakhan</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ter zitting is verschenen: drs. J.C. van Beek namens het Uwv. </para>
    <para>Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>BESLISSING</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 31 oktober 2018 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv de bezwaren van appellant tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering met ingang van 2 januari 2018 en de weigering om een WIA-uitkering toe te kennen met ingang van 15 februari 2018 ongegrond verklaard.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>In hoger beroep is geen nieuwe medische informatie ingebracht. Ook zijn er geen nieuwe gronden aangevoerd op grond waarvan geoordeeld wordt dat de aangevallen uitspraak onjuist is. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak volledig en juist overwogen dat de gronden van het beroep niet slagen. </para>
    <para>Appellant heeft verzocht een deskundige in te schakelen met een beroep op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 8 oktober 2015 (ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212, Korošec). In dit verband verwijst de Raad naar de jurisprudentie van de Raad. In de uitspraak van 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226, heeft de Raad, gelet op het arrest Korošec, de uitgangspunten uiteengezet voor de toetsing door de bestuursrechter van de beoordeling door verzekeringsartsen van het Uwv. Er is geen reden gebleken om aan te nemen dat appellant belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van zijn standpunt dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat. Appellant heeft voldoende ruimte gehad om medische stukken in te dienen. Noch in bezwaar, noch in beroep, noch in hoger beroep heeft hij van deze ruimte gebruik gemaakt. Voor het aannemen van het ontbreken van equality of arms bestaat geen aanleiding. Nu evenmin twijfel bestaat aan de juistheid van het medisch oordeel van de verzekeringsartsen ziet de Raad geen aanleiding om een deskundige in te schakelen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nu het hoger beroep niet slaagt bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De griffier		Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>(getekend) A.L. Abdoellakhan		(getekend) T. Dompeling</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>