<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-18T11:25:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/3937 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:435">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-13T14:17:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:435 Centrale Raad van Beroep , 05-02-2019 / 17/3937 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:435:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet melden eigenaarschap onroerende goederen. Appellante had van eigendom redelijkerwijs op hoogte kunnen zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:435:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>3937 PW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 april 2017, 16/6840 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats] (Servië) (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 5 februari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: W.H. Bel als voorzitter en Y.J. Klik en P.J. Huisman als leden</para>
      <para>Griffier: J. Tuit </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. P. Stahl-de Bruin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De Svb heeft de bijstand van appellante die een aanvulling vormde op haar AOW-pensioen (AIO-aanvulling) ingetrokken over de periode van 1 juli 2006 tot en met 25 juni 2014 (periode in geding) en een bedrag van € 34.611,12 van haar teruggevorderd. De reden hiervoor is dat appellante in deze periode als eigenaar van onroerende zaken in Servië beschikte over vermogen. Dat heeft ze niet gemeld bij de Svb, terwijl dit wel van belang is voor het recht op bijstand. Omdat de waarde van de onroerende zaken in de periode in geding niet kan worden vastgesteld, heeft de Svb het hele bedrag van de toen betaalde </para>
    <para>AIO-aanvulling teruggevorderd van appellante.  </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij de onroerende zaken al in 1984 en 1989 aan haar zoon heeft geschonken en daarmee het juridisch eigendom aan hem heeft overgedragen. Zij wist niet dat er nog onroerende zaken op haar naam stonden. Verder heeft de rechtbank aan het e-mailbericht van de vertrouwensadvocaat met informatie over de eigendomsoverdracht van onroerende zaken in Servië niet de juiste waarde toegekend. </para>
    <para />
    <para>4. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank terecht overwogen dat uit de gegevens van het kadaster voldoende blijkt dat appellante in de periode in geding stond geregistreerd als eigenaar van onroerende zaken in Servië. De door appellante overgelegde overeenkomsten van schenking van de onroerende zaken aan haar zoon in 1984 en 1989 zijn niet notarieel vastgelegd of door een rechter bekrachtigd. Volgens de informatie van de vertrouwensadvocaat is daarom naar Servisch recht geen sprake van een geldige eigendomsoverdracht van de onroerende zaken van appellante aan haar zoon. Appellante was in de periode in geding dus nog steeds eigenaar van de onroerende zaken en als eigenaar kon zij over het daarin vastgelegde vermogen beschikken. Dat zij hiervan niet op de hoogte was komt voor haar rekening en risico. Het ontbreken van opzet bij appellante maakt dat niet anders. Het hoger beroep slaagt daarom niet.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier		De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J. Tuit		(getekend) W.H. Bel </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>md</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>