<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-18T11:36:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/6225 PW-VV-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:428">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-13T10:53:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:428 Centrale Raad van Beroep , 17-01-2019 / 18/6225 PW-VV-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:428:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afgewezen verzoek om voorlopige voorziening. Geen actueel spoedeisend belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:428:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>18/6225 PW-VV-PV </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 17 januari 2019</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Voorzieningenrechter</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Proces verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Leiden (college)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Zitting heeft: F. Hoogendijk</para>
    <para>Griffier: S.H.H. Slaats</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ter zitting is verzoeker verschenen, bijgestaan door mr. M.J. de Jongh, advocaat.<?linebreak?>Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. L.J.A. Edelaar.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <?linebreak?>BESLISSING</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. Bij besluit van 3 april 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 27 juni 2018 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand die aan verzoeker op grond van de Participatiewet (PW) was verleend, ingetrokken met ingang van 22 maart 2018. Hieraan ligt het standpunt van het college ten grondslag dat verzoeker niet volledig heeft meegewerkt aan een noodzakelijk geacht huisbezoek op 22 maart 2018. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 8 november 2018, 18/4750 en 18/6806 het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. </para>
  <para />
  <para>2. In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen deze uitspraak gekeerd, voor zover deze de ongegrondverklaring van het beroep betreft, en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gedaan.</para>
  <para />
  <para>3. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van de Awb, kan, indien, tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
  <para />
  <para>4. Namens verzoeker is aangevoerd dat het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is gelegen in het feit dat hij sinds 22 maart 2018 geen inkomsten heeft, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan en ontruiming dreigt. Ter zitting heeft verzoeker uiteengezet dat een ontruiming mogelijk is af te wenden indien hem weer bijstand, althans een voorschot daarop, wordt verstrekt. </para>
  <para />
  <para>5. Verzoeker heeft op 5 december 2018 een nieuwe aanvraag om bijstand gedaan. Het college heeft naar aanleiding daarvan inmiddels een voorschot verstrekt van 90% van de voor verzoeker toepasselijke norm, zijnde € 781,17. </para>
  <para />
  <para>6. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat verzoeker zal meewerken aan een in het kader van de nieuwe aanvraag af te leggen huisbezoek, en dat het college de behandeling van de aanvraag op korte termijn zal afronden. </para>
  <para />
  <para>7. Gelet op wat onder 5 en 6 is overwogen heeft verzoeker geen actueel financieel spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Deze zou, zoals verzoeker ter zitting heeft bevestigd, bestaan uit het voortzetten van de bijstand in de vorm van het verstrekken van voorschotten, waarin het college echter al voorziet. </para>
  <para />
  <para>8. Voorts is ook op andere wijze niet gebleken van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat de behandeling van de bodemprocedure niet door hem zou kunnen worden afgewacht.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De griffier,						De voorzieningenrechter,</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>(getekend) S.H.H. Slaats				(getekend) F. Hoogendijk</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>md</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>