<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:4207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-23T13:42:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17-3331 ANW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:4207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:4207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-21T19:01:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:4207 Centrale Raad van Beroep , 12-12-2019 / 17-3331 ANW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:4207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft de Svb ter zitting het standpunt ingenomen dat het verzoek van appellant om deelname aan de vrijwillige Anw-verzekering wordt aangemerkt als betrekking hebbend op het einde van de verplichte verzekering op 4 juli 2014. Met inachtneming van artikel 63a, eerste lid, van de Anw wordt appellant toegelaten tot de vrijwillige verzekering met ingang van 4 juli 2014 en eindigt deze op 8 augustus 2014. Appellant kan zich op grond van het tweede lid van artikel 63a van de Anw opnieuw vrijwillig verzekeren voor het resterende deel van de tien jaar. Svb zal een nieuwe beslissing moeten nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:4207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>3331 ANW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2017, 16/1320 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Appellant] te Marokko (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 december 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: M.A.H. van Dalen-van Bekkum, A. van Gijzen en T.L. de Vries</para>
      <para>Griffier: B.V.K. de Louw</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting zijn verschenen: de Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. W. van den Berg. Appellant is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 27 januari 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de Svb op om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van het ter zitting door de Svb ingenomen standpunt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de Svb het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 170,- vergoedt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Appellant, die de Marokkaanse en Nederlandse nationaliteit had, heeft in verband met zijn aanvraag voor een remigratie-uitkering afstand gedaan van zijn Nederlandse nationaliteit op</para>
    <parablock>
      <para>3 juli 2014. Vervolgens heeft appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking “wedertoelating” aangevraagd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze verblijfsvergunning is afgegeven voor de periode vanaf 8 augustus 2014 tot en met </para>
      <para>7 februari 2015. Op 27 november 2014 is appellant naar Marokko geremigreerd. Op <?linebreak?>20 april 2015 heeft appellant een aanvraag voor de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 3 juni 2015 is het verzoek om deelname aan de vrijwillige Anw-verzekering afgewezen, omdat appellant in het jaar voorafgaande aan het einde van de verplichte verzekering niet onafgebroken verplicht verzekerd is geweest. Hierbij is de Svb uitgegaan van het einde van de verplichte verzekering op 28 november 2014 en een niet verzekerde periode tussen 4 juli 2014 en 8 augustus 2014. Bij beslissing op bezwaar van 27 januari 2016 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2015 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft de Svb ter zitting het standpunt ingenomen dat het verzoek van appellant om deelname aan de vrijwillige Anw-verzekering wordt aangemerkt als betrekking hebbend op het einde van de verplichte verzekering op 4 juli 2014. Met inachtneming van artikel 63a, eerste lid, van de Anw wordt appellant toegelaten tot de vrijwillige verzekering met ingang van 4 juli 2014 en eindigt deze op 8 augustus 2014. Vervolgens kan appellant zich op grond van het tweede lid van artikel 63a van de Anw opnieuw vrijwillig verzekeren voor het resterende deel van de tien jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Dit betekent dat het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd. Omdat de Raad de zaak niet zelf kan afdoen, zal de Svb een nieuwe beslissing moeten nemen met inachtneming van wat onder 4.1 is opgenomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Van voor vergoeding in aanmerking te nemen proceskosten is niet gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(getekend) B.V.K. de Louw 		(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>