<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:4045</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-13T11:06:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/3840 WAO-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:4045">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:4045</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-13T09:45:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:4045 Centrale Raad van Beroep , 28-11-2019 / 17/3840 WAO-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:4045:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 10 april 2019 te kennen gegeven dat het bestreden besluit onjuist is. Ter zitting is daaraan toegevoegd dat zowel het bestreden besluit als het besluit van 22 juli 2016 niet worden gehandhaafd. Het Uwv zal na onderzoek een nieuw besluit nemen. Appellant heeft daarom geen belang meer bij een uitspraak op zijn hoger beroep. Hoger beroep niet-ontvankelijk, vergoeding griffierecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:4045:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>3840 WAO-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2017, 16/7054 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 28 november 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: I.M.J. Hilhorst-Hagen </para>
      <para>Griffier: E.D. de Jong</para>
      <para>Ter zitting zijn verschenen: Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M.J. Eijmael</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- aan hem vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 mei 2003 heeft het Uwv geweigerd appellant met ingang van <?linebreak?>20 september 1993 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Het hiertegen ingediende bezwaar is bij besluit van 21 januari 2004 ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 februari 2010 is het besluit van 21 januari 2004 ingetrokken en zijn de eventuele voor appellant uit de WAO voortvloeiende aanspraken op grond van artikel 30a van de WAO buiten aanmerking gelaten. Bij uitspraak van de rechtbank van 8 februari 2011 is het beroep tegen het besluit van 24 februari 2010 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is bevestigd bij uitspraak van de Raad van 1 februari 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 juli 2016 heeft appellant verzocht om een nieuw besluit over zijn WAO-uitkering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 juli 2016 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 27 mei 2003. Het door appellant hiertegen ingediende bezwaar is door het Uwv bij besluit van 10 oktober 2016 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Desgevraagd heeft het Uwv bij brief van 10 april 2019 te kennen gegeven dat het bestreden besluit onjuist is. Ter zitting is daaraan toegevoegd dat zowel het bestreden besluit als het besluit van 22 juli 2016 niet worden gehandhaafd. Het verzoek van appellant om een nieuw besluit over zijn WAO-uitkering zal worden behandeld als een nieuwe aanvraag en appellant is gevraagd naar Nederland te komen voor een medisch en, indien nodig, een arbeidskundig onderzoek. Het Uwv zal vervolgens een nieuw besluit nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop kan appellant met zijn hoger beroep niet meer bereiken dan hij al bereikt heeft namelijk een hernieuwde beoordeling van een eventueel recht op een WAO-uitkering. Appellant heeft daarom geen belang meer bij een uitspraak op zijn hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend.) E.D. de Jong	(getekend.) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>