<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:358</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-12T15:54:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/1774 AOW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2017:804" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2017:804, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2017:806" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2017:806, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:358">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:358</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T09:44:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:358 Centrale Raad van Beroep , 08-01-2019 / 17/1774 AOW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:358:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor AOW als gehuwden aangemerkt. Onweerlegbaar rechtsvermoeden. Gezamenlijk hoofdverblijf komen vast te staan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:358:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>1774 AOW-PV, 17/1775 AOW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 2 februari 2017, 16/2950 en 16/2837 (aangevallen uitspraken) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden te [woonplaats] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: J.L Boxum als lid van de enkelvoudige kamer</para>
      <para>Griffier: J. Smolders</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaken zijn ter zitting gevoegd behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellanten is verschenen mr. drs. ir. G.A.S. Maduro BA. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Herder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaken om besluiten van 16 juli 2015 en 20 juli 2015 waarbij de Svb de aan appellanten toegekende ouderdomspensioenen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW-pensioen) voor appellante vanaf 1 december 2012 en voor appellant vanaf </para>
      <para>1 februari 2014 heeft gewijzigd van ouderdomspensioenen naar de norm voor een ongehuwde in ouderdomspensioenen naar de norm voor een gehuwde en teveel betaalde pensioenen heeft teruggevorderd op de grond dat appellanten vanaf 15 november 2012 als gehuwden moeten worden aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Svb heeft aannemelijk gemaakt dat appellant vanaf 15 november 2012 zijn hoofdverblijf heeft op hetzelfde adres als appellante. Appellant staat vanaf 15 november 2012 ingeschreven op dit adres. Bij de inschrijving op dit adres heeft appellant niet vermeld dat het om een postadres ging. Verder heeft appellant bij zijn aanvraag van 6 januari 2014 om een </para>
      <para>AOW-pensioen ook dit adres als woonadres opgegeven. Voor zover dit toen niet juist zou zijn geweest, heeft appellant daarbij de inlichtingenverplichting geschonden. Appellanten hebben  verder desgevraagd aan de Svb te kennen gegeven dat zij geen gegevens over kunnen leggen die hun stelling onderbouwen dat appellant pas in maart 2015 op dit adres zijn hoofdverblijf heeft gekregen en daarvóór op andere adressen heeft verbleven. Anders dan appellanten hebben aangevoerd, was de Svb onder deze omstandigheden niet gehouden nader onderzoek te doen naar de juistheid van die stelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu tevens vaststaat dat uit de relatie van appellanten drie kinderen zijn geboren, heeft de Svb  terecht vanaf 15 november 2012 een gezamenlijke huishouding van appellanten aanwezig geacht en appellanten als gehuwden aangemerkt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hoger beroepen slagen niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier			Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J. Smolders			(getekend) J.L. Boxum</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>md</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>