<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:34</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-15T10:08:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/4437 PW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:34">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:34</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-09T10:47:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:34 Centrale Raad van Beroep , 08-01-2019 / 17/4437 PW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:34:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet gemelde autotransacties. Recht niet vast te stellen. Intrekken en terugvorderen bijstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:34:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>4437 PW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 januari 2019</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van </para>
      <para>10 mei 2017, 16/8577 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden te [woonplaats] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellanten heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellanten ontvangen sinds 11 juni 2014 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet naar de norm voor gehuwden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst, hebben medewerkers van het handhavingsteam van de gemeente Krimpenerwaard een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellanten verleende bijstand. In dat kader heeft een medewerker onder meer gegevens van de Dienst Wegverkeer geraadpleegd en appellant gehoord. Daaruit is onder andere gebleken dat sinds juni 2014 gedurende korte tijd vier auto’s op naam van appellant en vier auto’s op naam van zijn thuiswonende zoon stonden geregistreerd. Appellant heeft verklaard dat hij deze auto’s heeft gekocht, laten repareren en verkocht. De resulaten van het onderzoek zijn neergelegd in rapportages van 26 oktober 2015 en 15 februari 2016. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De onderzoeksresultaten zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit van 13 april 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 september 2016 </para>
        <para>(bestreden besluit) - voor zover van belang - de bijstand van appellanten in te trekken over de maanden juli 2014, september 2014, november 2014, februari 2015, april 2015, mei 2015, augustus 2015 en oktober 2015 en de over deze maanden gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 14.184,72 van appellanten terug te vorderen. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen melding heeft gemaakt van de handel in auto’s. Het recht op bijstand kan in de maanden waarin de autohandel heeft plaatsgevonden niet worden vastgesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat de onderzoeksbevindingen een toereikende grondslag bieden voor het standpunt van het college dat appellant zich heeft beziggehouden met de handel van in totaal acht auto’s. De door appellant verrichte autohandel is aan te merken als op geld waardeerbare activiteiten. Door de autohandel niet te melden, hebben appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting geschonden. Het door appellanten overgelegde overzicht van aan- en verkoop van auto’s is niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd. Dat deze gegevens er niet zijn, komt voor rekening en risico van appellanten. Als gevolg van het schenden van de inlichtingenverplichting kan het recht op bijstand in de maanden waarin de autohandel heeft plaatsvonden, niet worden vastgesteld. </para>
      <para>3. In hoger beroep hebben appellanten zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellanten betwisten dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. </para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De grond die appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd is een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op deze grond ingegaan. Appellanten hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken grond in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen, zoals onder 2 weergegeven, waarop dat oordeel rust. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Stehouwer, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier. </para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) A. Stehouwer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) J. Tuit</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>md</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>