<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T15:07:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/4869 WIA-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:331">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:331</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-04T10:46:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:331 Centrale Raad van Beroep , 16-01-2019 / 16/4869 WIA-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:331:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep niet ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:331:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>16</nr>4869 WIA-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 7 juni 2016, 14/6468 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 16 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: mr. M.A.H. van Dalen-van Bekkum</para>
      <para>Griffier: M.A.A. Traousis</para>
      <para>Ter zitting is verschenen: [Appellante]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 37,80;</para>
    <para>- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep betaalde griffierecht van € 45,- vergoedt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 25 september 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 24 januari 2014, waarbij aan appellante met ingang van</para>
    <parablock>
      <para>9 april 2012 een loongerelateerde WGA-uitkering is toegekend, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 67,18%, ongegrond verklaard. Eveneens bij het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 24 januari 2014 waarbij is vastgesteld dat appellante vanaf 9 november 2013 in aanmerking komt voor een </para>
      <para>WGA-vervolguitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%, gegrond verklaard en vastgesteld dat appellante met ingang van 9 november 2013 in aanmerking komt voor een WGA-vervolguitkering in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het Uwv heeft op 14 november 2018 een nieuw besluit genomen waarbij het bezwaar van appellante tegen het besluit van 24 januari 2014 alsnog gegrond is geacht en aan appellante met ingang van 9 april 2012 een IVA-uitkering is toegekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellante heeft in reactie op het besluit van 14 november 2018 aangevoerd dat de </para>
        <para>IVA-uitkering met ingang van een eerdere datum had moeten worden toegekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Onderwerp van geschil in deze zaak betreft het recht op uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen per 9 april 2012. Het Uwv is gezien het besluit van </para>
      <para>14 november 2018 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen. Dit betekent, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat het nadere besluit niet in het geding wordt betrokken. Appellante heeft geen belang meer bij een oordeel in hoger beroep. Appellante heeft met het hoger beroep bereikt wat zij heeft nagestreefd. Dit betekent dat het hoger beroep niet‑ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.</para>
      <para />
      <para>5. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 37,80 voor reiskosten.</para>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier	De voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(getekend) M.A.A. Traousis	(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <bridgehead>TM</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>