<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:2391</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-23T16:14:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/2493 WIA-VV-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:2391">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:2391</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-23T14:35:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:2391 Centrale Raad van Beroep , 01-07-2019 / 19/2493 WIA-VV-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:2391:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het verzoek om een voorlopige voorziening voldoet niet aan het materiële connexiteitsvereiste. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet‑ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:2391:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>19</nr>2493 WIA-VV-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Verzoeker] te [woonplaats] (België) (verzoekster)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 1 juli 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen </para>
      <para>Griffier: M.A.E. Lageweg</para>
      <para>Ter zitting zijn verschenen: mr. S.L.M. van Venrooij, advocaat, namens verzoekster en </para>
      <para>mr. G.A. Vermeijden namens het Uwv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2018, 18/1634 (aangevallen uitspraak) en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat mondeling uitspraak wordt gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het Uwv heeft verzoekster bij besluit van 11 september 2017 met ingang van </para>
    <para>16 augustus 2017 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen toegekend, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 43,14%.</para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 25 april 2018 (bestreden besluit) heeft het Uwv het besluit van 11 september 2017 herroepen, het bezwaar van verzoekster tegen dat besluit gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van verzoekster met ingang van 16 augustus 2017 vastgesteld op 57,99%.</para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 17 oktober 2018 heeft het Uwv vastgesteld dat de uitkering van verzoekster niet wijzigt omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd 57,99% is. </para>
    <para />
    <para>4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>5. Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het Uwv verzoekster met ingang van 16 augustus 2019 een WGA-vervolguitkering toegekend gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. </para>
    <para />
    <para>6. Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het Uwv het besluit van 17 oktober 2018 herroepen, het bezwaar van verzoekster tegen dat besluit gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van verzoekster vastgesteld op 57,91%.</para>
    <para />
    <para>7. Verzoekster heeft in hoger beroep aangevoerd dat haar beperkingen door het Uwv te laag zijn ingeschat en haar belastbaarheid te hoog. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen en te bepalen dat het Uwv met ingang van 16 augustus 2019 aan verzoekster een WGA-uitkering ter hoogte van € 2.758,75 netto per maand exclusief vakantietoeslag uitkeert. Verzoekster heeft aangevoerd dat het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is gelegen in het feit dat zij als gevolg van de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid door het Uwv op 16 augustus 2019 in een financiële noodsituatie zal verkeren omdat zij met ingang van deze datum in aanmerking komt voor een WGA-vervolguitkering gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van (slechts) 55 tot 65%. Verzoekster beschikt dan over onvoldoende inkomsten om haar vaste lasten te voldoen en dreigt haar woning kwijt te raken omdat zij de hypotheek niet meer kan betalen.</para>
    <para />
    <para>8. Uit de functie van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit), wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 10 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3452.</para>
    <para />
    <para>9. Het verzoek om een voorlopige voorziening voldoet niet aan het materiële connexiteitsvereiste. Gelet op de inhoud van de besluiten zoals beschreven onder 5 en 6 is er geen connex verband tussen de gevorderde voorlopige voorziening en het in de bodemprocedure voorliggende geschil. De bodemprocedure ziet namelijk op de toekenning per einde wachttijd, 16 augustus 2017. De onder 5 en 6 genoemde besluiten omvatten zelfstandige beoordelingen over een andere datum en kunnen dus, anders dan verzoekster stelt, – naar het voorlopig oordeel van de Raad – niet worden meegenomen op grond van artikel 6:119 van de Awb. De omstandigheid dat verzoekster in (financiële) nood verkeert maakt het vorenstaande niet anders. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet‑ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>10. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) M.A.E. Lageweg	(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>RB</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>