<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:2082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-04T11:53:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/1637 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2018:1595" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2018:1595, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:2082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:2082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-30T11:37:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:2082 Centrale Raad van Beroep , 18-06-2019 / 18/1637 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:2082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag. Onduidelijke financiële situatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:2082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>1637 PW-PV</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 18 juni 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 maart 2018, 17/4713 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>
        [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Zitting heeft: P.W. van Straalen, lid van de enkelvoudige kamer</para>
        <para>Griffier: L.R. Daman</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Zonneveld. Appellante is niet verschenen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om de afwijzing van de aanvraag om bijstand van appellante van 9 december 2016 en de terugvordering van de door het college verleende voorschotten tot een totaalbedrag van € 1.675,74.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat appellante onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een aanvrager moet in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk maken die nopen tot inwilliging van de aanvraag. In dat kader dient de aanvrager de nodige duidelijkheid te verschaffen en volledige openheid van zaken te geven. Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om in het kader van de onderzoeksplicht de inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de betrokkene niet aan de wettelijke inlichtingenverplichting of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan appellante stelt heeft zij onvoldoende duidelijkheid verschaft om het recht op bijstand te kunnen vaststellen. Zo zijn op de bankafschriften van appellante regelmatige stortingen en bijschrijvingen van honderden euro's te zien. Appellante heeft daar een verklaring voor gegeven. Het zou veelal gaan om geleend geld, maar appellante heeft niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwd wat zij van wie heeft gekregen. Ook heeft zij geen concrete en verifieerbare gegevens verstrekt met betrekking tot de auto die op haar naam staat. De auto zou niet van appelante zijn, maar van X, die in het buitenland zou wonen. Appellante betaalt echter wel de wegenbelasting, de verzekering en de boetes, waarvoor zij dan weer geld zou krijgen van X. Onduidelijk is wie X is, waar hij woont en wat appellante wanneer van hem aan middelen heeft verkregen. Ook is nog altijd onduidelijk waarop de bijschrijvingen van [naam bedrijf] en [naam bedrijf bv] hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft geen volledige openheid van zaken gegeven over haar financiële situatie. Als gevolg daarvan kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier						Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) L.R. Daman 				(getekend) P.W. van Straalen</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>