<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:1718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-27T13:39:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/7346 PW-PV </psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:1718">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:1718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-23T15:22:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:1718 Centrale Raad van Beroep , 14-05-2019 / 17/7346 PW-PV </dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:1718:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekken en terugvorderen in verband met te lang verblijf in buitenland. Kwijtscheldingsbeleid bij schending inlichtingenverplichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:1718:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>7345 PW-PV, 17/7346 PW-PV </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 14 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2017, 17/3641 en 17/3642 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: M. Schoneveld, als lid van de enkelvoudige kamer </para>
      <para>Griffier: S.H.H. Slaats</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. H.H.J. ten Hoope.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Intrekking en terugvordering </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geschil is de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 2 maart 2012 tot en met 12 maart 2012 op de grond dat appellant langer dan vier weken verblijf buiten Nederland heeft gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft aangevoerd dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te lang op vakantie is geweest of dat hij daarvoor geen geldige reden had. Deze beroepsgrond faalt. Met de rechtbank stelt de Raad vast dat appellant op 19 maart 2012 tegenover een sociaal rechercheur werkzaam bij de Dienst Werk en Inkomen Amsterdam heeft verklaard dat hij op 2 februari 2012 is vertrokken naar, en op 12 maart 2012 is teruggekeerd uit de Dominicaanse Republiek en dat hij dit niet heeft meegedeeld aan het college.<?linebreak?></para>
      <para>Tegen de terugvordering heeft appellant geen zelfstandige gronden aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kwijtschelding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geschil is de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van een schuld van appellant aan het college. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van een drietal afzonderlijke besluiten tot terugvordering heeft appellant een schuld bij het college. Het college heeft het verzoek om kwijtschelding afgewezen onder verwijzing naar het ter zake door het college gevoerde beleid. Volgens dat beleid ziet het college niet af van (verdere) invordering als de terugvordering meer dan één keer het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting. Dit beleid blijft binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling. Appellant heeft het standpunt van het college dat twee terugvorderingsbesluiten het gevolg zijn van schending van de inlichtingenverplichting niet bestreden. Appellant voldoet daarmee, anders dan hij heeft aangevoerd, niet aan de in het beleid vastgelegde voorwaarden voor kwijtschelding. Met de rechtbank stelt de Raad vast dat appellant geen persoonlijke omstandigheden heeft gesteld, die maken dat het college heeft moeten afwijken van zijn beleid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier			Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) S.H.H. Slaats	(getekend) M. Schoneveld</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>lh</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>