<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-24T15:44:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18-108 WMO 15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2017:9344" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2017:9344, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:1332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-18T09:21:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:1332 Centrale Raad van Beroep , 17-04-2019 / 18-108 WMO 15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:1332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank. De in hoger beroep overgelegde medische stukken bevatten geen nieuwe informatie op grond waarvan een ander oordeel moet worden genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:1332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>18/108 WMO15</para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 17 april 2019</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
    <para>29 november 2017, 17/2207 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellante heeft mr. I. van Baaren, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2019. Partijen zijn niet verschenen. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante, geboren in 1972, heeft pijnklachten aan haar rechterschouder en rug. Ze heeft daarom op 30 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het college heeft daarop het besluit van 15 juni 2016 genomen. In dat besluit heeft het college de aanvraag afgewezen. Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard in een besluit van 27 februari 2017 (bestreden besluit). Het college heeft zich gebaseerd op een advies van medisch adviseur B.O. Grunefeld van 17 januari 2017. Volgens de medisch adviseur is aannemelijk dat appellante pijnklachten heeft bij het boven schouderhoogte werken en bij zwaar werk. Ook heeft zij mogelijk ademhalingsklachten. Toch kan appellante het huishouden zelf doen, als zij het in een rustig tempo en verdeeld over de week doet. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. </para>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het medisch advies van Grunefeld zorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om te twijfelen aan het medisch advies. Appellante heeft ook geen medische informatie overgelegd waaruit zou blijken dat zij hulp bij het huishouden nodig heeft. </para>
      <para />
      <para>3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij door haar lichamelijke klachten wel hulp bij het huishouden nodig heeft. Ze heeft medische stukken overgelegd om dit te onderbouwen. Het medisch advies van Grunefeld is volgens appellante niet juist. Appellante heeft erop gewezen dat zij haar klachten heeft na een aanrijding in november 2015 door een auto en een tweede aanrijding toen zij op de scooter zat.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad oordeelt het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank. Het college mocht zich baseren op het medisch advies van Grunefeld. Dit advies is zorgvuldig tot stand gekomen en er is geen reden om te twijfelen aan het advies. Grunefeld heeft bij het advies betrokken dat appellante in oktober 2016 opnieuw is aangereden. Appellante heeft in hoger beroep medische stukken overgelegd. Deze stukken bevatten geen nieuwe informatie op grond waarvan een ander oordeel moet worden genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat houdt in dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van D.S. Barthel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A.J. Schaap</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) D.S. Barthel </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>lh</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>