<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2019:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-17T15:24:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/272 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:121">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-17T08:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2019:121 Centrale Raad van Beroep , 14-01-2019 / 17/272 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2019:121:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening nu niet is gebleken dat verzoeker enig feit of enige omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2019:121:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>272 WAO </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 september 2016, 15/8562 WAO</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 14 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor vermelde uitspraak van de Raad van 9 september 2016, 15/8562 WAO (ECLI:NL:CRVB:2016:3349).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een inhoudelijke reactie te geven op het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 3 december 2018. Partijen zijn niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij uitspraak van 24 april 2015, 14/6625, heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van verzoeker tegen een beslissing op bezwaar van 5 september 2014 ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij uitspraak van 9 september 2016, de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep buiten de beroepstermijn is ingesteld. De uitspraak van 9 september 2016 is gedaan onder toepassing van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Appellant heeft bij brief van 15 december 2016 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 september 2016. </para>
      <para />
      <para>2. Appellant heeft in zijn verzoek vermeld dat hij zich gehandicapt vindt en onder medische behandeling staat en dat hij geld nodig heeft. </para>
      <para />
      <para>3. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:</para>
      <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;</para>
      <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
      <para>c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig feit of enige omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>W.M. Swinkels als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) J.P.M. Zeijen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) W.M. Swinkels </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>md</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>