<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2018:3728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-26T09:28:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/3275 ANW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:3728">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:3728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-25T19:48:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2018:3728 Centrale Raad van Beroep , 01-11-2018 / 17/3275 ANW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2018:3728:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geoordeeld wordt dat de rechtbank het beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook in hoger beroep is niet gebleken van enig belang van appellante bij een inhoudelijk oordeel over het ingetrokken bestreden besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2018:3728:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>3275 ANW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2017, 16/6200 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 1 november 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: mr. M.F.J.M. de Werd</para>
      <para>Griffier: H. Achtot</para>
      <para>Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door</para>
      <para>mr. J.A.H. Koning</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 19 september 2014 heeft de Svb de aanvraag van appellante om een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij beslissing op bezwaar van 22 augustus 2016 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ter zitting van de rechtbank heeft de Svb te kennen gegeven het bestreden besluit in te trekken, omdat is gebleken dat het besluit van 19 september 2014 niet naar het juiste adres was gestuurd. Daarbij is toegezegd dat een nieuw besluit op het bezwaar zal worden genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Hiertoe is overwogen dat de Svb het bestreden besluit heeft ingetrokken en daarvoor geen ander besluit in de plaats heeft gesteld. Niet is gebleken dat appellante nog een zelfstandig belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het ingetrokken bestreden besluit. De Svb is opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij in aanmerking wil komen voor een nabestaandenuitkering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Svb heeft gesteld dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Geoordeeld wordt dat de rechtbank het beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook in hoger beroep is niet gebleken van enig belang van appellante bij een inhoudelijk oordeel over het ingetrokken bestreden besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Desgevraagd heeft de Svb te kennen gegeven dat op 16 mei 2017 een nieuwe beslissing op het bezwaar is genomen. Hierbij is het bezwaar van appellante inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. Het tegen dat besluit ingestelde beroep bij de rechtbank is bij uitspraak van 23 november 2017 niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen ingestelde verzet is </para>
        <para>niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Geconcludeerd wordt dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(getekend) H. Achtot		(getekend) M.F.J.M. de Werd</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>IvR</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>