<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2018:3575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-16T14:07:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/4962 MAW-PW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:3575">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:3575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-15T09:26:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2018:3575 Centrale Raad van Beroep , 25-10-2018 / 15/4962 MAW-PW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2018:3575:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De staatssecretaris heeft met het rapport van de psychiater gemotiveerd dat betrokkene ten tijde van de hem verweten gedraging ten minste ten dele in staat diende te worden geacht de ontoelaatbaarheid in te zien en naar dit inzicht te handelen. De staatssecretaris was daarmee bevoegd om het dienstverband van betrokkene te beëindigen wegens wangedrag. Een aanspraak op een financiële vergoeding kan niet als onderdeel in een procedure als deze, waarbij sprake is van ontslag wegens wangedrag, bij de beoordeling van het ontslag worden betrokken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2018:3575:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>15</nr>4962 MAW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2015, 14/2772 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Minister van Defensie, thans de Staatssecretaris van Defensie (staatssecretaris)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 25 oktober 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: H.C.P. Venema (voorzitter), K.J. Kraan en J.J.T. van den Corput </para>
      <para>Griffier: L.V. van Donk</para>
      <para>Ter zitting zijn verschenen: betrokkene, bijgestaan door mr. B.D.W. Martens, advocaat. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.J. Knol en </para>
      <para>mr. S.R.M. van Haren</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de aangevallen uitspraak, behalve de beslissingen over proceskosten en griffierecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 5 maart 2014;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene is ontslagen wegens wangedrag. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak geoordeeld dat de staatsecretaris het ontslagbesluit onvoldoende zorgvuldig heeft genomen, nu de medische situatie van betrokkene daarbij niet betrokken is geweest. Aan de staatssecretaris is opgedragen dit gebrek te herstellen. De staatssecretaris heeft psychiater Eland gevraagd te onderzoeken in hoeverre het wangedrag aan betrokkene is toe te rekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De staatssecretaris heeft vervolgens met het rapport van psychiater P.F. Eland gemotiveerd dat betrokkene ten tijde van de hem verweten gedraging ten minste ten dele in staat diende te worden geacht de ontoelaatbaarheid daarvan in te zien en naar dit inzicht te handelen. De staatssecretaris was daarmee bevoegd om het dienstverband van betrokkene te beëindigen wegens wangedrag. Nu de staatssecretaris pas in beroep het besluit afdoende heeft onderbouwd, heeft de rechtbank terecht het beroep gegrond verklaard en het besluit van </para>
      <para>5 maart 2014 vernietigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de door de psychiater vastgestelde medische situatie van betrokkene heeft de rechtbank een bijzondere omstandigheid aangenomen, op grond waarvan de staatssecretaris in redelijkheid geen toepassing mocht geven aan het zogeheten zero-tolerance beleid, zonder dat daar een financiële vergoeding tegenover stond. Een aanspraak op een financiële vergoeding kan evenwel niet als onderdeel in een procedure als deze, waarbij sprake is van ontslag wegens wangedrag, bij de beoordeling van het ontslag worden betrokken. Het daartegen gerichte hoger beroep van de staatssecretaris slaagt. De beoordeling van de vraag of in verband met de zorgplicht aanspraak bestaat op een financiële vergoeding kan in een afzonderlijke procedure aan de orde worden gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het door de rechtbank geconstateerde gebrek in de besluitvorming met de op het rapport van psychiater Eland gebaseerde onderbouwing is hersteld, is er aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) L.V. van Donk	(getekend) H.C.P. Venema</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>IJ</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>