<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2018:1004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-09T14:44:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/7231 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:1004">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2018:1004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-06T13:17:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2018:1004 Centrale Raad van Beroep , 29-03-2018 / 17/7231 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2018:1004:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of veranderende omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2018:1004:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>17</nr>7231 WIA  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 29 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van </para>
      <para>22 september 2017, 16/1984 WIA</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de door de Raad op 22 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3274) gewezen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft op dat verzoek een reactie gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2018. Verzoekster is vertegenwoordigd door [A] en mr. R.S. Pot, advocaat, vergezeld door </para>
      <para>drs. D.C. Heijstek. Voor het Uwv is verschenen mr. drs. F.A. Steeman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:</para>
    <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,</para>
    <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
    <para>c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de uitspraak van 22 september 2017 waarvan herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 9 februari 2016 vernietigd voor zover aangevochten en het beroep tegen het besluit van 11 augustus 2015 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Bij verzoekschrift van 6 november 2017 heeft verzoekster, onder verwijzing naar het gestelde in een brief van het Uwv van 29 september 2015, met bijbehorende bijlage, verzocht om de uitspraak van 22 september 2017 te herzien. </para>
    <para />
    <para>4. In de reactie van 22 november 2017 heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat de brief van verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden als neergelegd in artikel 8:119 van de Awb.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van de Raad van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te redresseren. In beginsel kunnen slechts aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden. Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119 van de Awb. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De gegevens die verzoekster bij haar verzoek om herziening van de uitspraak van </para>
        <para>22 september 2017 heeft aangevoerd, waren haar bekend sinds de ontvangst van de brief van het Uwv van 29 september 2015. Dit is niet alleen voorafgaand aan de uitspraak, waarvan herziening wordt gevraagd, maar ook voorafgaand aan de uitspraak van de rechtbank </para>
        <para>Midden-Nederland van 9 februari 2016, waartegen het hoger beroep zich richtte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Wat verzoekster heeft aangevoerd ziet dus niet op feiten of omstandigheden die voldoen aan de strikte onder 5.1 genoemde voorwaarden. Hieruit volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>29 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) L.H.J. van Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OS</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>