<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2017:2539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-26T14:23:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/1547 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:2539">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:2539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-25T09:15:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2017:2539 Centrale Raad van Beroep , 20-07-2017 / 14/1547 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2017:2539:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Indeling functie conform het Functiegebouw Rijk. In het rapport van 19 december 2013 heeft het Expertisecentrum op basis van de functiebeschrijving - met welke beschrijving appellant zich kan verenigen - de functie van appellant (opnieuw) gewaardeerd in schaal 12. Appellant heeft ter zitting van de Raad te kennen gegeven zich neer te leggen bij het oordeel van de CABF.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2017:2539:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/1547 AW</para>
  <para>Datum uitspraak: 20 juli 2017</para>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van </para>
    <para>11 februari 2014, 12/3458 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellant heeft mr. F. van der Kant-Dessens hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De minister heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De minister heeft een nader stuk ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Kant-Dessens. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.G.L. van de Beek, drs. E. Stolwijk en drs. S. Brijder.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst, nadat afspraken zijn gemaakt over de verdere afdoening.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De minister heeft op 12 september 2016 een nader stuk overgelegd. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft vervolgens om een uitspraak van de Raad gevraagd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen hebben toestemming gegeven een nadere zitting achterwege te laten, waarna de Raad het onderzoek heeft gesloten.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant was als Hoofd Directiebureau, salarisschaal 12, werkzaam bij het voormalige ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. In 2010 is hij overgegaan naar het Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie (DG WWI) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daar vervulde hij de functie van directiesecretaris. Omdat dit nog geen definitieve functie maar een ‘experimenteerfunctie’ betrof, ontving hij een waarnemingstoelage tot de naast hogere salarisschaal 13.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met het oog op de vergroting van de flexibiliteit van DG WWI is besloten alle medewerkers van DG WWI aan te stellen op DG-niveau. Verder is besloten om gelijktijdig aan het plaatsingsproces alle huidige functies in te delen conform het Functiegebouw Rijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Als gevolg hiervan heeft de minister bij besluit van 29 september 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 15 maart 2012 (bestreden besluit), appellant per 26 september 2011 geplaatst op DG-niveau, functiefamilie Bedrijfsvoering, functiegroep Senior Adviseur Bedrijfsvoering, salarisschaal 12.</para>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij is van mening dat hem bij het plaatsingsbesluit salarisschaal 13 had moeten worden toegekend. Nu volgens appellant de functie van directiesecretaris, die als uitgangspositie gold voor het plaatsingsbesluit, ook in schaal 13 had moeten worden ingedeeld, dient dit naar zijn mening ook te gelden voor zijn nieuwe functie.<?linebreak?>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter zitting van de Raad is, met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil tussen partijen, afgesproken om de functiebeschrijving van directiesecretaris, zoals neergelegd in het rapport van het Expertisecentrum Organisatie &amp; Personeel (Expertisecentrum) van <?linebreak?>19 december 2013 over de “indeling van taken van de heer [appellant] ”, aan de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering (CABF) voor te leggen met het verzoek om zich op grond van deze functiebeschrijving uit te spreken over de functiewaardering. In het rapport van 19 december 2013 heeft het Expertisecentrum op basis van deze functiebeschrijving - met welke beschrijving appellant zich kan verenigen - de functie van appellant (opnieuw) gewaardeerd in schaal 12. Appellant heeft ter zitting van de Raad te kennen gegeven zich neer te leggen bij het oordeel van de CABF.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Nu de CABF bij schrijven van 7 september 2016 de functie van directiesecretaris heeft gewaardeerd op salarisschaal 12, appellant ter zitting van de Raad te kennen heeft gegeven dat hij zich bij het oordeel van de CABF neerlegt en de waardering voor de functie van directiesecretaris overeenkomt met de waardering van de bij het plaatsingsbesluit toegekende functie, is er geen grond om het bestreden besluit voor onjuist te houden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) E.J.M. Heijs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P.W.J. Hospel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>