<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2017:2161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-28T09:32:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/6816 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:2161">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:2161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-21T13:42:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2017:2161 Centrale Raad van Beroep , 30-05-2017 / 15/6816 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2017:2161:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag buiten toepassing gelaten. Niet alle bankafschriften ingeleverd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2017:2161:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/6816 WWB </para>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van </para>
    <para>8 september 2015, 15/1532 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het dagelijks bestuur van ISD Noordoost (dagelijks bestuur)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 30 mei 2017</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellant heeft mr. O.F.X. Roozemond, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 7 maart 2017. Partijen zijn </para>
  </parablock>
  <para>- het dagelijks bestuur met bericht - niet verschenen.</para>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 27 maart 2013 heeft appellant zich gemeld om bijstand aan te vragen ingevolge de Wet werk en bijstand. Op die datum heeft appellant een zogenoemde ‘Boodschappenlijst’ meegekregen, waarop staat aangekruist welke gegevens hij bij zijn intakegesprek op 22 april 2013 moet overleggen. Op 22 april 2013 heeft appellant niet alle gegevens overgelegd, waarna het dagelijks bestuur appellant bij brief van 22 april 2013 heeft verzocht vóór 29 april 2013 de in deze brief genoemde stukken alsnog te overleggen, waaronder kopie bankafschriften vanaf 1 maart 2008 van zijn rekeningnummer eindigend op de nummers [nummers] en gegevens waaruit de hoogte van de hypotheek per 1 maart 2013 en de afkoopwaarde van zijn levensverzekering per 1 maart 2013 blijkt. Daarbij heeft het dagelijks bestuur aan appellant medegedeeld dat het niet of niet volledig verstrekken van de gevraagde gegevens tot gevolg kan hebben dat de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling wordt gelaten. Appellant heeft op 26 april 2013 om uitstel verzocht voor het inleveren van stukken tot en met 1 mei 2013. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 7 mei 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 12 maart 2015 (bestreden besluit), heeft het dagelijks bestuur de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling gesteld. Aan dit besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant niet alle gegevens, waar bij brief van 22 april 2013 om was verzocht, binnen de appellant verleende hersteltermijn heeft ingeleverd. </para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat hij op 1 mei 2013, na hiervoor op 26 april 2013 om uitstel te hebben verzocht, alle nog ontbrekende stukken heeft overgelegd. Voorts was appellant ten tijde van de aanvraag niet in staat om zelf handelingen naar behoren te kunnen verrichten. Hij was net ontslagen uit het ziekenhuis en slikte veel pijnmedicatie. Het dagelijks bestuur heeft onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag is onder andere sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden worden verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor de beoordeling of de aanvrager verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden is de financiële situatie van de aanvrager een essentieel gegeven. De aanvrager is gehouden de voor een goede beoordeling van de aanvraag vereiste gegevens over te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de door het dagelijks bestuur gevraagde gegevens van belang waren voor de beoordeling van de aanvraag om bijstand. Uit de gedingstukken blijkt niet dat appellant, zoals hij heeft betoogd, alle bij brief van 22 april 2013 gevraagde gegevens - ook niet op 1 mei 2013 - heeft overgelegd. Hieruit volgt dat buiten bespreking kan blijven op welke gegevens zijn uitstelverzoek van 26 april 2013 betrekking had. Zo blijkt uit het dossier dat op 1 mei 2013 nog steeds de gevraagde bankafschriften - behoudens volgnummer 11 - over 2011, de volgnummers 6,7 en 8 over 2012 en de bankafschriften over 2013 van zijn bankrekening eindigend op de nummers [nummers] ontbraken. Evenmin heeft appellant gegevens overgelegd over de hoogte van de hypotheek per 1 maart 2013 en de afkoopwaarde van zijn levensverzekering per 1 maart 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het dagelijks bestuur bevoegd was de aanvraag van appellant met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling te stellen. In wat appellant - niet nader onderbouwd - naar voren heeft gebracht over zijn medische situatie ten tijde van zijn aanvraag, is geen omstandigheid gelegen op grond waarvan het dagelijks bestuur van die bevoegdheid redelijkerwijs geen gebruik heeft kunnen maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van W.A.M. Ebbinge. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) O.L.H.W.I. Korte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) W.A.M. Ebbinge</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>