<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2017:1545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-16T00:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/4708 AKW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2017:2356" psi:type="http://psi.rechtspraak/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:2356</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:1545">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:1545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-21T14:49:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2017:1545 Centrale Raad van Beroep , 21-04-2017 / 15/4708 AKW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2017:1545:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering kinderbijslag. Niet verzekerd voor de AKW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2017:1545:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/4708 AKW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 21 april 2017 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>4 mei 2015, 14/4543 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met een uitspraak van 6 november 2015 heeft de Raad dit hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Met een uitspraak van </para>
    <para>20 mei 2016 is het verzet hiertegen gegrond verklaard. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2017. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma-Hovers.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellant is in maart 2000 vanuit Nederland naar Marokko teruggekeerd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft hem met terugwerkende kracht tot mei 2000 een uitkering op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Een eerdere aanvraag van appellant om toekenning van kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is door de Svb afgewezen met een besluit van 12 juni 2008 en een besluit op bezwaar van 28 augustus 2008. In een uitspraak van </para>
        <para>18 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5531, heeft de Raad geoordeeld dat de Svb terecht tot de conclusie is gekomen dat appellant niet verzekerd was voor de AKW voor de kwartalen destijds in geding. Het door appellant ingestelde cassatieberoep is door de Hoge Raad verworpen met een arrest van 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1806. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De Svb heeft een brief van 14 december 2013 van appellant aangemerkt als een nieuwe aanvraag om kinderbijslag. Met een besluit van 21 februari 2014 heeft de Svb appellant laten weten dat hij niet in aanmerking komt voor kinderbijslag, omdat hij geen omstandigheden heeft aangedragen waaruit blijkt dat hij wel in aanmerking komt voor kinderbijslag. Met een beslissing op bezwaar van 25 juni 2014 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <para>3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij van het Uwv een WAO-uitkering heeft ontvangen, dat hij voor zijn kinderen zorgt en dat hij van mening is wel verzekerd te zijn voor de AKW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Appellant kan niet gevolgd worden in zijn stelling. De eerdere afwijzing van zijn aanvraag om kinderbijslag is gebaseerd op het ontbreken van verzekeringsplicht voor de AKW. Appellant is niet in Nederland woonachtig, noch aan de loonbelasting onderhevig. Ook aan het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 kan appellant geen verzekeringsplicht ontlenen, evenmin als aan artikel 7c van de AKW zoals dit sinds 1 januari 2006 luidt. Ditzelfde feitencomplex is van toepassing op de peildata van de kwartalen waarover in dit geding wordt beslist, namelijk het eerste kwartaal van 2013 tot en met het eerste kwartaal van 2014. Met betrekking tot deze kwartalen is de Svb dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat appellant niet verzekerd was voor de AKW en dus geen recht kon hebben op kinderbijslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat de rechtbank terecht het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond heeft verklaard, zodat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Er bestaat geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van A.M.C. de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E.E.V. Lenos</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A.M.C. de Vries</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde (volksverzekeringen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>KP</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>