<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2017:1519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-24T09:20:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/3173 PW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:1519">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2017:1519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-19T14:43:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2017:1519 Centrale Raad van Beroep , 04-04-2017 / 16/3173 PW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2017:1519:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 Awb. Appellant is geen belanghebbende bij (de hoogte van) de terugvordering van bijstand van de ex-partner van appellant.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2017:1519:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>16/3173 PW</para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 4 april 2017</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van </para>
    <para>28 april 2016, 15/3074 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] Spanje, (appellant) </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Best (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd met de zaken 15/4006 WWB en 16/3208 PW plaatsgevonden op 21 februari 2017. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.C.W. Vorstenbosch en D. Matheeuwsen. In de zaken 15/4006 WWB en 16/3208 PW wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 17 maart 2015 heeft het college de aan [W.] (W), de ex-partner van appellant, over de periode van 6 oktober 2008 tot en met 29 oktober 2010 verstrekte bijstandsuitkering tot een bedrag van € 16.920,75 van W teruggevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellant heeft tegen dat besluit een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van </para>
        <para>14 september 2015 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat appellant geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het bezwaarschrift niet binnen de bezwaartermijn is ingediend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, het volgende overwogen. Een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb is degene wiens belang rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. Het belang dat appellant bij het besluit van 17 maart 2015 heeft vloeit slechts voort uit de beschikkingen van 22 maart 2011 van het Gerechtshof </para>
      <para>´s-Hertogenbosch en van 13 januari 2012 van de rechtbank ´s-Hertogenbosch. Het betreft een afgeleid belang dat niet rechtstreeks bij het besluit van 17 maart 2015 is betrokken. De terugvordering van de bijstand bij besluit van 17 maart 2015 vindt immers niet bij appellant plaats, maar bij W. Daarom is appellant geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb. </para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft in hoger beroep, samengevat, aangevoerd dat hij een afgeleid belang heeft bij de terugvordering van W omdat de civiele rechter in het kader van de boedelscheiding heeft bepaald dat de helft van het teruggevorderde bedrag van W voor rekening van appellant komt. Naar de mening van appellant is het van W teruggevorderde bedrag niet goed berekend. </para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat appellant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Awb. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel rust. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel, in tegenwoordigheid van W.A.M. Ebbinge als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) W.H. Bel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) W.A.M. Ebbinge</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>RH</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>