<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:4216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-11T00:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/5218 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2017:402" psi:type="http://psi.rechtspraak/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:402</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:4216">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:4216</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-04T15:19:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:4216 Centrale Raad van Beroep , 04-11-2016 / 15/5218 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:4216:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herhaald verzoek om AOW-pensioen terecht afgewezen. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden ten volle onderschreven. Ook in hoger beroep heeft appellant geen gegevens aangedragen waaruit blijkt dat appellant in enig tijdvak vanaf zijn 15e verjaardag verzekerd is geweest voor de AOW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:4216:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/5218 AOW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 4 november 2016 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>22 juni 2015, 14/6296 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant, geboren in 1948, heeft de Svb op 14 oktober 2009 verzocht hem een ouderdomspensioen toe te kennen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Daarbij heeft hij te kennen gegeven in de periode 1978 tot 1980 in Nederland te hebben gewoond en gewerkt. Na raadpleging van het schakelregister, de gemeente Utrecht en de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Vlees- en Vleeswarenindustrie en de Gemaksvoedingindustrie, heeft de Svb bij besluit van 4 maart 2010 afwijzend op deze aanvraag beslist op de grond dat appellant de pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt. Tegen het besluit van 4 maart 2010 is geen rechtsmiddel aangewend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 15 november 2012 heeft appellant de Svb wederom verzocht om hem een ouderdomspensioen toe te kennen op grond van de AOW. Daarbij heeft appellant gesteld dat hij in de periode 1978 tot 1985 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Appellant heeft daarnaast een bewijs van inschrijving in het ziekenfonds, geldig tot en met december 1978, en een NS-identiteitsbewijs met datum 13 januari 1979 ingebracht. Na raadpleging van het schakelregister heeft de Svb bij besluit van 13 mei 2013 afwijzend beslist op de aanvraag van 15 november 2012 op de grond dat niet duidelijk is of appellant in Nederland heeft gewoond omdat hij niet ingeschreven was bij een Nederlandse gemeente. Voorts heeft de Svb niet kunnen achterhalen of appellant in Nederland heeft gewerkt. Bij besluit van 3 oktober 2013 is het bezwaar tegen het besluit van 13 mei 2013 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat verschillende gemeenten en pensioenfondsen te kennen hebben gegeven dat appellant niet voorkomt in hun administratie. Het door appellant opgegeven vleesbedrijf bestaat niet meer zodat daar geen gegevens meer kunnen worden opgevraagd. Met betrekking tot het </para>
        <para>NS-identiteitsbewijs is overwogen dat dit te weinig gegevens bevat en wat betreft de ziekenfondskaart is erop gewezen dat daarop niet alleen een andere naam staat, maar tevens een andere geboortedatum dan die van appellant. Tegen het besluit van 3 oktober 2013 is geen rechtsmiddel aangewend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 27 januari 2014 heeft appellant de Svb verzocht om hem alsnog een ouderdomspensioen toe te kennen en daarbij de eerder ingebrachte ziekenfondskaart overlegd en een loonstrook van een ex-collega van het vleesbedrijf waar appellant stelt te hebben gewerkt. Vervolgens heeft de Svb bij besluit van 11 februari 2014 aan appellant meegedeeld dat afwijzend is beslist op zijn verzoek, omdat appellant geen in aanmerking te nemen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld. Het bezwaar van appellant hiertegen is bij besluit van 13 augustus 2014 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de Svb op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht bevoegd was om de aanvraag van 27 januari 2014 voor wat betreft het verleden onder verwijzing naar het eerdere besluit van 13 mei 2013 af te wijzen omdat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Voor wat betreft de periode na de aanvraag van 27 januari 2014 heeft de Svb zich op het standpunt mogen stellen dat niet is gebleken dat het destijds verrichte onderzoek onvolledig is geweest en dat de door appellant overgelegde documenten geen bewijs vormen voor zijn stelling dat hij hier te lande heeft gewoond en gewerkt. De Svb heeft meerdere keren onderzoek verricht naar het werkverleden van appellant, zonder dat dit een voor hem positief resultaat heeft opgeleverd.</para>
      <para />
      <para>3. In hoger beroep heeft appellant zijn stelling herhaald dat hij wel in Nederland heeft gewoond en gewerkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden ten volle onderschreven. Ook in hoger beroep heeft appellant geen gegevens aangedragen waaruit blijkt dat appellant in enig tijdvak vanaf zijn 15e verjaardag verzekerd is geweest voor de AOW. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van A.M.C. de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P. Vrolijk</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) A.M.C. de Vries</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH </para>
      <para>’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>RB</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>