<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:391</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T18:18:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/3581 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SZR-Updates.nl 2016-0064</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:391">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:391</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-02T07:42:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:391 Centrale Raad van Beroep , 20-01-2016 / 14/3581 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:391:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WIA-uitkering. Beperkingen, zoals deze zijn vastgelegd in de FML zijn niet onderschat. De voorgehouden functies bevatten geen overschrijdingen van de vastgestelde belastbaarheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:391:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/3581 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 20 januari 2016</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 14 mei 2014, 13/2603 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellante heeft mr. L.N. Hermans, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen hebben nadere stukken ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2015. Namens appellante is </para>
    <para>mr. Hermans verschenen. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante, die voorheen een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft ontvangen, was laatstelijk via een uitzendbureau werkzaam als productiemedewerkster. Op 6 juni 2011 heeft appellante haar werkzaamheden wegens ziekte gestaakt. Naar aanleiding van die uitval heeft appellante op 5 maart 2013 uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige en een arbeidsdeskundige heeft het Uwv bij besluit van 24 mei 2013 meegedeeld dat appellante per 3 juni 2013 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het door appellante tegen het besluit van 24 mei 2013 gemaakte bezwaar is door het Uwv bij besluit van 25 juli 2013 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan dat besluit ligt een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 24 juli 2013 en een rapport van een arbeidsdeskundige van 13 juni 2013 ten grondslag.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De verzekeringsartsen hebben de informatie van de behandelend sector (huisarts, reumatoloog, revalidatiearts, vaatchirurg, neuroloog) in hun beoordeling betrokken. Deze informatie heeft geen aanleiding gegeven voor de conclusie dat de verzekeringsartsen de beperkingen van appellante, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2 mei 2013, hebben onderschat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Aangevoerd is dat de beperkingen van appellante wel degelijk zijn onderschat door de verzekeringsartsen van het Uwv. Gelet op de vastgestelde aandoeningen (Syndroom van Raynaud, fibromyalgie) is appellante meer beperkt voor dynamische handelingen. Appellante is sterk beperkt in het gebruik van vingers en handen, (trap)lopen, staan, dragen, tillen, trekken en duwen. Ook is sprake van een beperkte concentratie en problemen met conflicthantering. Wegens al deze beperkingen is appellante niet in staat de door het Uwv geselecteerde functies (telefonist, wikkelaar, administratief medewerker) te vervullen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de gronden van het beroep uitgebreid en voldoende besproken en op goede gronden aangenomen dat het Uwv de beperkingen van appellante, zoals deze zijn vastgelegd in de FML van 2 mei 2013, niet heeft onderschat en dat de aan appellante voorgehouden functies geen overschrijdingen bevatten van de vastgestelde belastbaarheid. Zoals in overweging 12 van de aangevallen uitspraak is overwogen hebben de diverse specialisten vanuit hun eigen vakgebied geen substantiële afwijkingen kunnen constateren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Wat appellante in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen. De in hoger beroep ingebrachte medische informatie van de huisarts en Atrium levert geen nieuwe informatie op. De diagnoses fibromyalgie en syndroom van Raynaud waren al bekend. Zoals in het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 20 oktober 2015 is gesteld, zijn in de FML ook aanzienlijke beperkingen opgenomen. In het rapport van de arbeidsdeskundige van 13 juni 2013 is afdoende gemotiveerd dat, uitgaande van deze beperkingen, appellante in staat moet worden geacht de geselecteerde functies te vervullen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en E.W. Akkerman en </para>
      <para>F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) M.C. Bruning</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) W. de Braal</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>UM</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>