<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:3561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-27T11:36:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/195 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:3561">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:3561</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-26T12:44:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:3561 Centrale Raad van Beroep , 23-09-2016 / 16/195 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:3561:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:3561:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>16/195 AOW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 23 september 2016</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van <?linebreak?>14 december 2015, 15/4273 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2016. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van der Weerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 23 december 2014 heeft de Svb de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (KOB) per 1 januari 2015 beëindigd en aan appellante meegedeeld dat zij in plaats hiervan inkomensondersteuning AOW krijgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 23 februari 2015 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van <?linebreak?>23 december 2014. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De Svb heeft appellante bij brief van 31 maart 2015 gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellante heeft in reactie hierop te kennen gegeven dat zij te laat bezwaar heeft gemaakt omdat zij oud en geestelijk ziek is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij beslissing op bezwaar van 11 juni 2015 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 23 december 2014 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de termijn voor het indienen van bezwaar is overschreden en de Svb geen redenen bekend zijn op grond waarvan de te late indiening van het bezwaarschrift verschoonbaar zou zijn.</para>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De medische verklaring van die appellante heeft ingediend ter ondersteuning van haar standpunt dat zij niet in staat was om tijdig bezwaar te maken omdat zij aan geheugenverlies lijdt, achtte de rechtbank onvoldoende om tot het oordeel te komen dat zij gedurende de gehele bezwaartermijn niet in staat is geweest zelf bezwaar te maken of daartoe een derde in te schakelen.  </para>
      <para />
      <para>3. Appellante heeft in hoger beroep de aangevallen uitspraak betwist. Zij heeft aangevoerd dat zij vanwege haar hoge leeftijd en verminderde, geestelijke, gezondheid niet in staat was om tijdig bezwaar te maken. Voorts heeft appellante gewezen op de medische verklaring van <?linebreak?>dr. Talhaoui Saeyd, neuro-psychiater van 30 juni 2015. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Overeenkomstig artikel 6:8 van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Aangezien het primaire besluit dateert van 23 december 2014 en appellante de verzending van het besluit niet heeft betwist, moet worden aangenomen dat de bezwaartermijn op 24 december 2014 is aangevangen en op 4 februari 2015 is geëindigd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nu appellante eerst bij brief van 23 februari 2015 bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 23 december 2014, moet worden vastgesteld dat appellante niet tijdig bezwaar heeft ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Appellante heeft geen omstandigheden aangevoerd, op grond waarvan die overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is te achten in de zin van artikel 6:11 van de Awb. De bij de rechtbank ingediende medische verklaring kan ook de Raad niet tot het een ander oordeel brengen omdat, nu deze brief geen betrekking heeft op de periode in geding, hieruit niet kan worden opgemaakt dat appellante gedurende de gehele bezwaartermijn niet in staat is geweest om zelf, of met hulp van anderen, bezwaar te maken tegen het bestreden besluit. Dit betekent dat de Svb terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit wat hiervoor onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) H.J. Simon</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) M.S.E.S. Umans </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>SS</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DÉCISION</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>statue:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>confirme la décision attaquée. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Par conséquent, décidée par H.J. Simon en présence de M.S.E.S. Umans en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 23 septembre 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>