<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:2815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-24T00:00:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/3471 WWB-VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2016:2168" psi:type="http://psi.rechtspraak/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2168</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:2815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:2815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-26T14:56:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:2815 Centrale Raad van Beroep , 26-07-2016 / 16/3471 WWB-VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:2815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afgewezen verzoek tot voorlopige voorziening. Kennelijk niet-ontvankelijk. Geen aanhangig hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:2815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>16/3471 WWB-VV</para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 26 juli 2016</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Voorzieningenrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (rechtbank) van 6 juli 2015, 15/2101, (aangevallen uitspraak).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft bij brief van 12 mei 2016 verzocht een voorlopige voorziening te treffen. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank met toepassing van artikel 8:84, eerste lid, van de Awb beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.</para>
    <para />
    <para>3. Bij uitspraak van 12 april 2016, 15/4787 WWB, heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om van het door verzoeker ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak kennis te nemen. De Raad heeft hiertoe overwogen dat tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb ingevolge artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Daarbij heeft de Raad overwogen dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die een doorbreking van het wettelijk appèlverbod rechtvaardigen. Bij uitspraak van 19 juli 2016, 15/4787 WWB-V, heeft de Raad het verzet tegen de uitspraak van 12 april 2016 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. Met de onder 3 genoemde uitspraak van 19 juli 2016 wordt niet langer voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde aldus te worden verstaan dat een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen. </para>
    <para />
    <para>5. Wat onder 4 is overwogen leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk is, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>26 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P.W. van Straalen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) R.B.E. van Nimwegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>