<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:2812</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-01T16:09:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/6721 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:2812">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:2812</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-26T15:03:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:2812 Centrale Raad van Beroep , 26-07-2016 / 15/6721 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:2812:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek kwijtschelding. Niet voldaan beleid. Geen bijzondere omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:2812:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/6721 WWB </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 26 juli 2016 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van <?linebreak?>29 september 2015, 14/8884 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellanten] te [woonplaats] (appellanten)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellanten heeft mr. T.P. Boer, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 14 juni 2016. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellanten zijn gehuwd. Bij besluit van 15 mei 2014 heeft het college, voor zover van belang, aan appellanten bericht dat het restant van de vordering van het college op appellanten per 24 februari 2014 € 67.462,91 bedraagt. Aan deze vordering ligt een verzwegen gezamenlijke huishouding ten grondslag. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 28 augustus 2014 hebben appellanten het college verzocht om kwijtschelding van de openstaande vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij besluit van 17 september 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 15 december 2014 (bestreden besluit), heeft het college het verzoek om kwijtschelding afgewezen. Aan de besluitvorming is ten grondslag gelegd dat de schulden van appellanten zijn ontstaan door het niet nakomen van de inlichtingenverplichting, alsook dat appellanten niet aan de betalingsverplichtingen hebben voldaan en geen schuldsaneringstraject hebben afgerond. Appellanten voldoen niet aan de in de beleidsregels Terug- en Invordering Wet werk en bijstand 2013 (beleidsregels) opgenomen voorwaarden voor kwijtschelding. Bijzondere omstandigheden die nopen tot kwijtschelding zijn niet gebleken. </para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <para>3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Uitsluitend is in geding de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de beleidsregels is betreffende vorderingen die zijn ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting (fraudevorderingen) en die dateren van voor 1 januari 2013, voor zover van belang, het volgende vermeld:</para>
        <para>“Voor wat betreft kwijtschelding van fraudevorderingen die niet vallen onder de bepalingen van de Wet aanscherping hanteert het college de volgende kwijtscheldingsregel.</para>
        <para>Het college ziet onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk af van verdere terugvordering van fraudevorderingen, bij het succesvol afronden van een schuldsaneringstraject in het kader van een minnelijke schuldregeling. De voorwaarden zijn:</para>
      </parablock>
      <para>- De fraudevordering moet ouder dan vijf jaar zijn, waarbij de termijn van vijf jaar aanvangt op de datum van het door middel van een besluit bekendmaken van de vordering aan de belanghebbende.</para>
      <para>- Als de fraudevordering jonger dan vijf jaar is, moet de vordering niet meer bedragen dan 25% van de totale schuldenlast van de belanghebbende.”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vaststaat dat appellanten niet aan de in de beleidsregels opgenomen voorwaarden voor kwijtschelding voldoen. Het college volgt, zoals nader toegelicht bij de rechtbank, in aanvulling op zijn beleid inzake terug- en invordering, de vaste gedragslijn dat tot kwijtschelding wordt overgegaan indien hiertoe een dringende reden aanwezig is. Bij een beroep op dringende redenen als bedoeld in deze gedragslijn moet volgens het college worden gedacht aan onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen van de invordering voor de betrokkene. Het moet dan gaan om incidentele gevallen, waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvindt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Deze gedragslijn, waarmee is voorzien in de mogelijkheid om van invordering af te zien om redenen gelegen in de persoon van betrokkene en/of de omstandigheden waarin hij verkeert, gaat, anders dan aangevoerd, de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Appellanten hebben onder verwijzing naar verklaringen van hun huisarts aangevoerd dat zij psychische klachten hebben. Daarnaast hebben appellanten met verwijzing naar overgelegde foto’s aangevoerd dat zij onder zeer armoedige omstandigheden wonen en dat geen zicht op verbetering bestaat. Appellanten hebben daarmee niet aannemelijk gemaakt dat de invordering voor hen heeft geleid tot onaanvaardbare gevolgen in evenvermelde zin. De verklaringen van de huisarts zijn onvoldoende concreet en daaruit blijkt niet dat de psychische problemen van appellanten door de invordering zijn ontstaan of verergerd. Verder is niet duidelijk waar en wanneer de foto’s zijn gemaakt, en hebben appellanten de door hen gestelde omstandigheden niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Uit 4.5 volgt dat het college met zijn besluit tot weigering van kwijtschelding overeenkomstig zijn gedragslijn ten aanzien van appellanten heeft gehandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Uit 4.3 tot en met 4.6 volgt dat het hoger beroep van appellanten niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van C.A.W. Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) A.B.J. van der Ham</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) C.A.W. Zijlstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>