<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-25T14:52:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/3902 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:201">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:201</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-20T14:01:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:201 Centrale Raad van Beroep , 19-01-2016 / 14/3902 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:201:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar is niet aan te merken als verzoek om terug te komen van.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:201:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/3902 WWB </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 19 januari 2016</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 juni 2014, 14/672 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. E.T. van Dalen, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2015. Namens appellant is mr. Van Dalen verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>mr. A.P. van den Berg. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant ontving sinds 19 november 2010 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 22 maart 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 juli 2013, heeft de Svb de AIO-aanvulling met ingang van 1 maart 2013 opgeschort op grond van artikel 40, derde lid, van de WWB. Appellant woont niet op het adres waarop hij staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), thans basisregistratie personen. Appellant verblijft meer in Polen dan in Nederland.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>In de GBA staat geregistreerd dat appellant op 31 mei 2013 is vertrokken uit Nederland.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij besluit van 16 juli 2013 heeft de Svb de AIO-aanvulling met ingang van 24 april 2013 ingetrokken op de grond dat appellant buiten Nederland verblijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij besluit van eveneens 16 juli 2013 heeft de Svb de AIO-aanvulling teruggevorderd tot een bedrag van € 4.973,84 en een voorstel tot een betalingsregeling gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Bij besluit van 6 september 2013 heeft de Svb aan appellant medegedeeld dat het terug te vorderen bedrag van € 4.973,84 bij hem wordt ingevorderd door vanaf september 2013 gedurende 49 maanden € 100,- en in één maand € 73,84 op zijn AOW-pensioen en -toeslag in te houden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Bij besluit van 17 december 2013 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 6 september 2013 ongegrond verklaard. Aan dit besluit heeft de Svb ten grondslag gelegd dat het bezwaar is gericht tegen de besluiten tot intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling. Tegen deze besluiten heeft appellant geen bezwaar gemaakt, zodat deze in rechte vaststaan.</para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In hoger beroep is uitsluitend nog in geschil of de Svb het bezwaar tegen het besluit van 6 september 2013 had moeten aanmerken als een verzoek om terug te komen op de in rechte onaantastbaar geworden besluiten van 16 juli 2013. Anders dan appellant, kan de Raad een dergelijk verzoek niet in het bezwaarschrift lezen. In het bezwaarschrift wordt de Svb uitsluitend verzocht om het besluit van 6 september 2013 te heroverwegen en alsnog af te zien van terugvordering van de AIO-aanvulling. De besluiten van 16 juli 2013 worden niet genoemd. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel, in tegenwoordigheid van C. Moustaïne als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) W.H. Bel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) C. Moustaïne</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>