<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-16T21:16:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> 15-617 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:140">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:140</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-15T11:16:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:140 Centrale Raad van Beroep , 14-01-2016 /  15-617 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:140:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Samenloop ziekteverlof en vakantieverlof. Appellant heeft op goede gronden het vakantieverlof van betrokkene over 2011, 2012 en 2013 volledig afgeboekt in verband met in de periode van zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid genoten vakantie. (ECLI:NL:CRVB:2015:2992)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:140:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/617 AW, 15/1662 AW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 14 januari 2016</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>19 december 2014, 14/2591 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de korpschef van politie (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens betrokkene heeft mr. drs. M.H. Welter een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft appellant op 23 februari 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2015. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Fransen-Rabbering en mr. E.H. Schuddeboom. Bij brief van 18 november 2015 heeft mr. drs. Welter, met verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 3 september 2015 (ECLI:CRVB:2015:2992), de Raad bericht dat hij en betrokkene niet ter zitting zullen verschijnen.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. Betrokkene is werkzaam bij de politie. Op 29 maart 2011 is hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt geworden. Op 1 augustus 2013 heeft hij zijn werkzaamheden weer volledig hervat.</para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 21 oktober 2013, in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 maart 2014 (bestreden besluit), heeft appellant het vakantieverlof van betrokkene over 2011, 2012 en 2013 volledig afgeboekt in verband met in de periode van zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid genoten vakantie.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.  </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Met verwijzing naar de uitspraak van 3 september 2015 oordeelt de Raad dat wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd doel treft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Betrokkene heeft in het verweerschrift aangevoerd dat in de uitspraak van 3 september 2015 ligt besloten dat het afboeken van tijdens ziekteverlof opgenomen vakantieverlof slechts mogelijk is voor zover dat vakantieverlof tijdens ziekteverlof is opgebouwd. Dit betoog faalt. Een dergelijke voorwaarde is niet in de tekst van de uitspraak opgenomen en het stellen daarvan zou ook niet in overeenstemming zijn met (de jurisprudentie inzake) artikel 29 van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Betrokkene heeft ook aangevoerd dat niet duidelijk is dat hij op de desbetreffende dagen telkens een hele dag vakantieverlof heeft willen genieten en ook heeft gekregen. Dit betoog faalt reeds omdat uit de gedingstukken niet blijkt dat betrokkene kenbaar heeft gemaakt geen hele dagen vakantieverlof te willen genieten. Dit is bovendien ook niet aannemelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat de aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond wordt verklaard en het besluit van 23 februari 2015 ambtshalve wordt vernietigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Dat betrokkene zich heeft beroepen op de toentertijd geldende jurisprudentie inzake artikel 29 van het Barp, rechtvaardigt geen proceskostenveroordeling ten laste van appellant.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- vernietigt het besluit van 23 februari 2015.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en B.J. van de Griend en H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van C.A.W. Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) T.G.M. Simons</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) C.A.W. Zijlstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>