<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2016:1087</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T18:10:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> 14/6007 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SZR-Updates.nl 2016-0278</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:1087">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2016:1087</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-25T14:34:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2016:1087 Centrale Raad van Beroep , 25-03-2016 /  14/6007 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2016:1087:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WIA-uitkering. Geen twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling noch voor de bij de FML vastgestelde beperkingen. De geschiktheid van de geselecteerde functies is afdoende gemotiveerd door de arbeidsdeskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2016:1087:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/6007 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 25 maart 2016</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van </para>
    <para>20 oktober 2014, 14/1550 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellant heeft mr. E.P. Groot, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Groot. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. D. de Jong.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellant ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet toen hij zich op </para>
        <para>30 september 2010 ziek meldde wegens tendomyogene klachten aan beide armen en benen. Op 11 juni 2012 heeft hij een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ingediend. Bij besluit van 19 juli 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van Wet WIA, omdat hij met ingang van 27 september 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant heeft rechtsmiddelen ingesteld tegen dit besluit, resulterend in de uitspraak van de Raad van 3 november 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3757), waarbij de Raad de uitspraak van de rechtbank van 22 april 2013, waarbij het beroep ongegrond was verklaard, heeft bevestigd. Bij die uitspraak had de rechtbank overwogen dat er geen aanleiding is voor twijfel aan de juistheid van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling en de opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat er evenmin grond is voor het oordeel dat appellant de voorgehouden functies niet zou kunnen verrichten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 18 september 2013 heeft appellant bij het Uwv gemeld dat sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid wegens toename van de pijnklachten en ophoging van de medicatie. Bij besluit van 28 oktober 2013 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat voor hem met ingang van 1 oktober 2013 geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA is ontstaan, omdat hij (nog steeds) minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Bij beslissing op bezwaar van 28 maart 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft zij overwogen dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de medische beperkingen, zoals opgenomen in de FML, niet juist zijn vastgesteld. De rechtbank acht de onderbouwing van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van de vastgestelde beperkingen, waarbij ook is ingegaan op het door appellant in bezwaar ingebrachte rapport van bedrijfsarts E.M. Kruijer, overtuigend. Voorts heeft de rechtbank geen grond gezien voor het oordeel dat appellant de werkzaamheden, behorend bij de geselecteerde functies, niet zou kunnen verrichten. De motivering van de arbeidsdeskundige op dit punt acht zij eveneens overtuigend.</para>
      <para />
      <para>3. In hoger beroep heeft appellant de in beroep aangevoerde gronden herhaald. Hij heeft te kennen gegeven meer beperkt te zijn vanwege pijnklachten, krachtverlies en medicijngebruik dan aangenomen in de FML. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij verwezen naar het in bezwaar ingediende rapport van bedrijfsarts Kruijer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende overwegingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat er geen aanleiding is voor twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling noch voor de bij de FML van 16 oktober 2013 vastgestelde beperkingen. De Raad acht, evenals de rechtbank, afdoende gemotiveerd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat voor verdergaande beperkingen dan aangenomen geen grond is. Terecht ook heeft de rechtbank erop gewezen dat de geschiktheid van de geselecteerde functies afdoende is gemotiveerd door de arbeidsdeskundige. Nu appellant in hoger beroep de in beroep aangevoerde gronden heeft herhaald en geen nadere medische onderbouwing heeft ingediend die twijfel zou kunnen oproepen aan de juistheid van de medische (en arbeidskundige) beoordeling kan met verwijzing naar de overwegingen 2.3 en 3 van de rechtbank worden volstaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Gelet op overweging 4.2 slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J.P.M. Zeijen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J.W.L. van der Loo</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>