<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2015:573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-03-02T11:05:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14-7209 WWB-VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-26T15:42:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2015:573 Centrale Raad van Beroep , 26-02-2015 / 14-7209 WWB-VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2015:573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontheffing van verplichtingen tot arbeidsinschakeling tot pensioengerechtigde leeftijd. Deelname aan een traject richting sociale activering of een traject richting vrijwilligerswerk tot maximaal 20 uur. Geen aanbod van concrete voorziening. Ter zitting heeft het college verklaard dat het hangende het hoger beroep evenmin voornemens is de opgelegde verplichting te concretiseren. Geen spoedeisend belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2015:573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/7209 WWB-VV</para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 26 februari 2015</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Voorzieningenrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker] te [woonplaats] (verzoekster)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Almere (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens verzoekster heeft haar [zoon] (zoon) hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2014, 14/2383 (aangevallen uitspraak).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tevens heeft de zoon namens verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2015. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door de zoon. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>mr. P.E.C. Botman.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster ontvangt bijstand voorheen ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB), thans ingevolge de - Participatiewet (Paw), naar de norm voor een alleenstaande. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 21 maart 2013 heeft het college verzoekster tot 5 april 2017, zijnde de datum waarop verzoekster de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, ontheffing verleend van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de WWB. Bij afzonderlijk besluit van 21 maart 2013 heeft het college verzoekster meegedeeld dat zij in staat wordt geacht deel te kunnen nemen aan een traject richting sociale activering of een traject richting vrijwilligerswerk. Het college heeft de besluitvorming gebaseerd op een op </para>
        <para>28 februari 2013 uitgebracht medisch en arbeidskundig advies van Aob Compaz. In dat advies is geconcludeerd dat verzoekster structurele functionele beperkingen heeft en met inachtneming hiervan maximaal 20 uur per week (na opbouw van uren) kan deelnemen een traject. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 4 maart 2014 heeft het college het bezwaar tegen de besluiten van </para>
        <para>21 maart 2013 ongegrond verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 4 maart 2013 ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <para>3. Verzoekster heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft, samengevat, aangevoerd dat het medisch advies onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Zij is in het geheel niet in staat deel te nemen aan een traject. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat haar een volledige ontheffing van alle verplichtingen, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, thans Paw, wordt verleend. </para>
      <para />
      <para>4. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van de artikelen 8:104, eerste lid, en artikel 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verzoekster heeft ter onderbouwing van het door haar gestelde spoedeisend belang aangevoerd dat er een reële kans bestaat dat haar gezondheid in gevaar komt indien geen ontheffing wordt verleend van de verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB. Daarbij zijn volgens verzoekster de gevolgen onomkeerbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat verzoekster het onder 4.2 vermelde standpunt niet met medische stukken, dan wel anderszins, heeft onderbouwd. Uit de gedingstukken blijkt voorts dat het college na het bestreden besluit geen concrete voorziening aan verzoekster heeft aangeboden, en evenmin bepaald heeft in welke richting een aan te bieden traject zal gaan. Ter zitting heeft het college verklaard dat het hangende het hoger beroep evenmin voornemens is de opgelegde verplichting te concretiseren. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat wat verzoekster heeft aangevoerd thans geen grond oplevert voor het oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ook anderszins is de voorzieningenrechter niet gebleken van een voor verzoekster zo zwaarwegend belang dat de behandeling van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van C. Moustaine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) O.L.H.W.I. Korte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) C. Moustaine</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>