<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2015:4257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-07T16:13:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/570 WWB-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:4257">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:4257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-02T09:55:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2015:4257 Centrale Raad van Beroep , 17-11-2015 / 15/570 WWB-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2015:4257:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen procesbelang meer. De ontheffing van de arbeidsverplichting is gecontinueerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2015:4257:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>15/570 WWB-PV </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 17 november 2015</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 december 2014, 14/3452 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout (college)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Zitting heeft: W.H. Bel </para>
    <para>Griffier: R.G. van den Berg</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ter zitting is namens appellante verschenen mr. P.F.M. Gulickx. Namens  het college zijn verschenen D.H.G. Wagemakers en F.M. Wolf.</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">BESLISSING</bridgehead>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
  <para>- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 980,-;</para>
  <para>- bepaalt dat het college aan appellante het door haar betaalde griffierecht van € 123,- vergoedt. </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 8 oktober 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van       22 mei 2014 (bestreden besluit), heeft het college appellante gedurende de periode van 27 september 2013 tot uiterlijk 1 juli 2014 ontheffing verleend van de arbeidsverplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand (WWB). De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Ter zitting heeft het college kenbaar gemaakt dat de ontheffing van de arbeidsverplichting vanaf 1 juli 2014 is gecontinueerd en dat appellante nog steeds is ontheven van deze verplichting. Voorts heeft het college bevestigd dat voor zover appellante als gevolg van de behandeling van haar psychische klachten wordt geconfronteerd met extra kosten, het college appellante hiervoor bijzondere bijstand zal verlenen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 23 juli 2013, ECLI:NL:CRVB: 2013:1119) is eerst sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat van de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van een bezwaar of het indienen van beroep of hoger beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Met het voortzetten van de ontheffing van de arbeidsverplichting en de toezegging dat het college de extra kosten van de behandeling zal vergoeden, is het belang van appellante bij een beoordeling van het hoger beroep komen te vervallen. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Omdat appellante eerst na het instellen van het hoger beroep bekend is geworden met het feit dat zij tot op heden nog steeds is ontheven van de arbeidsverplichting, bestaat aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep. Deze worden begroot op </para>
    <para>€ 980,-.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De griffier	De voorzitter</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>(getekend) R.G. van den Berg	(getekend) W.H. Bel</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Voor eensluidend afschrift</para>
    <para>de griffier van de</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">RB</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>