<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2015:3494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-19T13:22:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/3512 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:3494">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:3494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-13T14:14:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2015:3494 Centrale Raad van Beroep , 13-10-2015 / 14/3512 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2015:3494:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking en terugvordering. Verzwegen inkomsten uit prostitutie. Recht op bijstand niet vast te stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2015:3494:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/3512 WWB </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 13 oktober 2015</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>13 mei 2014, 14/62 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. P.J. Stronks, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2015. Appellante is verschenen, bijstaan door mr. T.N. Ritzer. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.S. Kisoentewari. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante ontvangt sinds 1 januari 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), laatstelijk naar de norm voor een alleenstaande ouder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Naar aanleiding van een anonieme melding van 1 oktober 2012 dat appellante prostitutiewerkzaamheden verricht in “[naam]” te [woonplaats], heeft de afdeling Handhaving van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellante verleende bijstand. In dat kader is dossieronderzoek verricht, zijn geautomatiseerde systemen en bronnen geraadpleegd, is informatie bij de derden opgevraagd en is appellante gehoord. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 24 januari 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De onderzoeksresultaten zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit van </para>
        <para>2 oktober 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 december 2013 (bestreden besluit), de bijstand over de periode van 1 april 2012 tot en met 31 december 2012 in te trekken en de over deze maanden gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van </para>
        <para>€ 10.504,26 van appellante terug te vorderen. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van haar werkzaamheden als prostituee. Op grond van de overgelegde agenda, berekening van haar verdiensten en de bewijzen van kamerverhuur, kunnen de omvang van de werkzaamheden en de hoogte van de genoten inkomsten niet worden bepaald. Het recht op bijstand is daarom niet vast te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit  ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - samengevat weergegeven - geoordeeld dat  appellante de door haar verrichte werkzaamheden niet bij het college heeft gemeld. Zij heeft  van haar werkzaamheden geen administratie bijgehouden en uit de door haar overgelegde stukken kan niet worden afgeleid hoe hoog de verdiensten zijn geweest. Het college heeft terecht ongeloofwaardig geacht dat haar inkomsten dikwijls lager waren dan de kamerhuur die zij moest betalen nu zij bijstand ontvangt en niet kan worden verondersteld dat zij hiervan de kamerhuur kon voldoen als daar geen inkomsten tegenover zouden staan. Ook blijkt uit de overzichten dat appellante niet enkel in het weekend, zoals zij heeft verklaard, maar ook op  vrijdagen heeft gewerkt en komen de door haar opgegeven data op het agenda-overzicht niet overeen met het overzicht van de data waarop zij een kamer heeft gehuurd. De verdiensten kunnen dan ook niet worden geschat of berekend aan de hand van een vast bedrag per dagdeel zoals door appellante is gesteld. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het recht op (aanvullende) bijstand niet is vast te stellen.   </para>
      <para />
      <para>3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij betwist het oordeel van de rechtbank dat de verdiensten niet meer kunnen worden geschat of berekend  aan de hand van een vast bedrag per dagdeel. Onder verwijzing naar uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam van 3 december 1999, ECLI: GHAMS:1999:AA7823 en van de Raad van 8 juli 2008, ECLI:NL:CRVB: BD6830, stelt zij dat een vast bedrag van € 113,- per dagdeel redelijk is.  </para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Onderschreven wordt het onder 2 weergegeven oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit berust. De verwijzing van appellante naar de in 3 genoemde uitspraken leidt niet tot een andersluidend oordeel. Anders dan appellante stelt, zijn hierin geen aanknopingspunten te vinden voor haar stelling dat het college van het door haar voorgestelde bedrag per dagdeel zou moeten uitgaan en dat op basis daarvan het recht op bijstand zou kunnen worden vastgesteld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) R.H.M. Roelofs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P.C. de Wit</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>