<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2015:2707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-13T12:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/6634 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:2707">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:2707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-12T14:10:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2015:2707 Centrale Raad van Beroep , 12-08-2015 / 12/6634 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2015:2707:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het Uwv is met een nieuw besluit volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen, zodat zij geen belang meer heeft bij het  hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2015:2707:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">12 6634 WIA</bridgehead>
    <para>Datum uitspraak: 12 augustus 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van </para>
      <para>31 oktober 2012, 11/5530 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <parablock>
      <para>De Raad heeft in het geding tussen partijen op 27 augustus 2014 een tussenuitspraak, ECLI:NL:CRVB:2014:3042, gedaan.</para>
      <para>Op deze tussenuitspraak heeft het Uwv gereageerd bij brief van 14 oktober 2014, waarop <?linebreak?>mr. W.G.M. Vos, advocaat, namens appellante zijn zienswijze heeft gegeven bij brief van <?linebreak?>14 november 2014.</para>
      <para>Op 1 mei 2015 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.</para>
      <para>Appellante heeft zich met het besluit van 1 mei 2015 kunnen verenigen, maar heeft wel verzocht om vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten.</para>
      <para>De zaak is opnieuw behandeld ter zitting op 20 mei 2015. Appellante is, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door <?linebreak?>mr. M.W.L. Clemens.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. Verwezen wordt naar de tussenuitspraak van 27 augustus 2014 voor de feiten waarvan wordt uitgegaan bij de oordeelsvorming. Hieraan wordt het volgende toegevoegd.</para>
    <para>2. Met het besluit van 1 mei 2015 heeft het Uwv het bestreden besluit van 29 september 2011 ingetrokken, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 25 maart 2011, waarbij was vastgesteld dat zij met ingang van 17 januari 2011 geen recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), gegrond verklaard, appellante op 17 januari 2011 alsnog volledig en duurzaam arbeidsongeschikt geacht en haar met ingang van 17 januari 2011 in aanmerking gebracht voor een IVA-uitkering. Daarbij is bepaald dat aan appellante de in bezwaar gemaakte kosten worden vergoed. </para>
    <para>3. Het Uwv is met het besluit van 1 mei 2015 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen, zodat zij geen belang meer heeft bij een oordeel in hoger beroep in deze zaak. Het hoger beroep moet om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para>4. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de door appellante gemaakte proceskosten. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 980,- en op € 1.470,- in hoger beroep, in totaal € 2.450,-.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.450,-;</para>
    <para>- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 156,- vergoedt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe als voorzitter en E.W. Akkerman en D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) M. Greebe</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) G.J. van Gendt</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>UM</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>