<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2015:1518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-10T16:29:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-4958 AWBZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2013:5503" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:5503, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:1518">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2015:1518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-20T15:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2015:1518 Centrale Raad van Beroep , 13-05-2015 / 13-4958 AWBZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2015:1518:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling indicatie voor Persoonlijke Verzorging, klasse 6. Evenals de rechtbank ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de blaas vaker gespoeld zou moeten worden dan twee keer per dag en dat om die reden de indicatie voor Persoonlijke Verzorging, klasse 6, te laag zou zijn. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan gegeven oordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2015:1518:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/4958 AWBZ </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 13 mei 2015</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
    <para>25 juli 2013, 12/1998 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>CIZ</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellante heeft mr. J. de Back, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIZ heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2015. Appellante is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Voor een overzicht van de feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is uitsluitend nog in geschil de omvang van de door CIZ aan appellante op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verleende indicatie voor Persoonlijke Verzorging over de periode van 7 december 2011 tot en met 3 november 2013 (periode in geding). CIZ heeft klasse 6 geïndiceerd en daaraan ten grondslag gelegd dat de blaas van appellante twee keer per dag moet worden gespoeld. Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat de blaas drie keer per dag gespoeld moet worden, zodat zij op Persoonlijke Verzorging, klasse 8, was aangewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Evenals de rechtbank ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat gedurende de periode in geding de blaas vaker gespoeld zou moeten worden dan twee keer per dag en dat om die reden de indicatie voor Persoonlijke Verzorging, klasse 6, te laag zou zijn. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan gegeven oordeel. Daaraan doet niet af dat CIZ appellante, naar aanleiding van de door haar in hoger beroep overgelegde medische verklaring van dr. P.C.M.S. Verhagen, uroloog, van 24 oktober 2013, bij besluit van 18 december 2013 heeft geïndiceerd voor Persoonlijke Verzorging, klasse 8, voor de periode van 4 november 2013 tot en met </para>
        <para>3 november 2028. In voornoemde verklaring staat dat dr. Verhagen heeft vastgesteld dat in de afgelopen maanden is gebleken dat het twee keer per dag spoelen van de blaas te weinig is en dat hij daarom heeft geadviseerd om de blaas drie keer per dag te spoelen. Deze verklaring biedt echter geen aanleiding voor het oordeel dat CIZ bij de indicatie voor Persoonlijke Verzorging, klasse 6, over de periode in geding, de over appellante bekende medische informatie heeft miskend. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Uit 1.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd. Gelet hierop is voor een veroordeling tot schadevergoeding geen ruimte. Het verzoek daartoe van appellante dient daarom te worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en H.J. de Mooij en M.F. Wagner als leden, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	(getekend) J. Brand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	(getekend) I. Mehagnoul</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>MK</title>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>