<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:841</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-14T12:00:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-3507 AOR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:841">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:841</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-13T15:50:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:841 Centrale Raad van Beroep , 13-03-2014 / 12-3507 AOR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:841:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Invaliditeitsuitkering berekend naar een uitkeringspercentage van 10, een (geclausuleerde) vergoeding van vrije geneeskundige behandelingen en vier uur huishoudelijke hulp per week. Voldoende medische onderbouwing. Geen aanknopingspunten om het door verweerster ingenomen standpunt onjuist te achten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:841:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/3507 AOR </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 13 maart 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak in het geding tussen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (verweerster)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 5 juni 2012, kenmerk 0002776/CAOR (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2014. Voor appellant is</para>
    <para>mr. Van Berkel verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>mr. L.H.G. Belleflamme. Van de zijde van verweerster is tevens verschenen haar geneeskundig adviseur drs. G.M. van der Molen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellant, geboren in 1941 in het toenmalig Nederlands-Indië, heeft in februari 2011 een aanvraag ingediend om toekenningen op grond van de AOR. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Bij besluit van 22 november 2011 is appellant aangemerkt als oorlogsslachtoffer in de zin van de AOR. Aanvaard is dat bij appellant sprake is van psychisch oorlogsletsel en dat hij als gevolg daarvan voor 20% ongeschikt is voor het verrichten van passende arbeid. Op grond hiervan is appellant in aanmerking gebracht voor een invaliditeitsuitkering berekend naar een uitkeringspercentage van 10, een (geclausuleerde) vergoeding van vrije geneeskundige behandelingen en vier uur huishoudelijke hulp per week. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Blijkens een ter zitting gedane mededeling handhaaft appellant niet langer een gesteld verband tussen zijn lichamelijke klachten en het oorlogsgeweld.  </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het in het bestreden besluit verwoorde standpunt van verweerster is in eerste instantie gebaseerd op de bevindingen van A.S.E.P. Textor, arts, die appellant thuis heeft bezocht. Deze arts heeft geconcludeerd dat bij appellant sprake is van psychische klachten en dat deze klachten geringe tot matige beperkingen geven in drie van de vier rubrieken van de </para>
          <para>AMA-scales. Daarbij is aangegeven dat de beperkingen in rubriek 1 het gevolg zijn van nachtelijke pijnklachten door de (non-causale) heup- en schouderproblematiek. De totale psychische invaliditeit wordt bepaald op 25% waarvan 15% in verband wordt gebracht met het oorlogsgeweld. Aldus kwam Textor tot een (afgerond) arbeidsongeschiktheidspercentage van 20. Het bezwaarschrift heeft verweerster voorgelegd aan een andere geneeskundige adviseur, de arts F.A.M. van den Brand. Deze adviseur onderschrijft de conclusies van Textor. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>De Raad acht het bestreden besluit met deze adviezen voldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. In de voorhanden medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om het door verweerster ingenomen standpunt onjuist te achten. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>De arts R.J. Roelofs, die appellant heeft onderzocht in het kader van de Wet uitkeringen </para>
          <para>burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, heeft weliswaar, anders dan Textor, de beperkingen in rubriek 1 causaal geacht, maar wat daar verder ook van zij, die beperkingen kunnen ten tijde hier van belang niet leiden tot een hoger invaliditeitspercentage. Het bedoelde gegeven doet op zichzelf beschouwd immers niet af aan het oordeel dat de totale psychische invaliditeit op 25% ware te bepalen, waarvan 10% als non-causaal, namelijk samenhangend met vaders overlijden en gestoorde familieverhoudingen, is te beschouwen. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 20 februari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:589) merkt de Raad nog op dat appellant, als hij verergering vermoedt van zijn causale arbeidsongeschiktheid, een hernieuwd verzoek bij verweerster kan indienen waarna verweerster dient te beoordelen of de arbeidsongeschiktheid bij appellant mogelijk voor zijn 70ste jaar is toegenomen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.</nr>
        <para>Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en dat het beroep van appellant ongegrond moet worden verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) B.J. van de Griend</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P. Uijtdewillegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>