<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:783</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:16:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-3588 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0015703&amp;artikel=9">Wet werk en bijstand 9</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ABkort 2014/109</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2014/133</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:783">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:783</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-11T15:21:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:783 Centrale Raad van Beroep , 11-03-2014 / 13-3588 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:783:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit terecht gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard. Geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De brief strekte er slechts toe om gemaakte afspraken te bevestigen en appellante te herinneren aan voor haar al geldende verplichtingen, en was daarom niet gericht op enig rechtsgevolg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:783:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/3588 WWB</para>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2013, 13/516 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2014. Appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Mulders.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellante ontving vanaf 24 januari 2008 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Bij brief van 6 november 2012  heeft het college aan appellante meegedeeld, met verwijzing naar de algemene arbeidsverplichtingen van appellante, dat met haar is afgesproken dat zij vanaf 6 november 2012 minimaal vier keer per maand solliciteert, meedoet aan activiteiten die haar helpen om haar kans op werk te vergroten en op zoek gaat naar vrijwilligerswerk. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Bij besluit van 20 december 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante tegen de in 1.1 genoemde brief ongegrond verklaard. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaar niet gericht was tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft, samengevat, aangevoerd het niet eens te zijn met de inhoud van de brief van 6 november 2012 en betoogt nooit een kans te hebben gekregen van de Dienst werk en inkomen (DWI) om ingeschakeld te worden in de arbeid. Appellante heeft nooit een aanbod voor een traject gehad en heeft ten onrechte geen sollicitatiecursus mogen doen. De DWI heeft appellante psychisch mishandeld en vernederd en de DWI moet worden vervangen door een ander bestuursorgaan dat haar wel een kans op werk kan bieden. Appellante begrijpt niet waarom haar bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>De rechtbank kan worden gevolgd in haar oordeel dat de brief van 6 november 2012 niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De brief strekte er slechts toe om gemaakte afspraken te bevestigen en appellante te herinneren aan voor haar al geldende verplichtingen, en was daarom niet gericht op enig rechtsgevolg. Dit betekent dat de Raad niet inhoudelijk kan ingaan op het standpunt van appellante dat de inhoud van de brief niet overeenkomt met dat wat op 6 november 2012 is besproken tijdens haar gesprek met de klantmanager en evenmin op wat appellante heeft aangevoerd over de handelwijze van de DWI. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank terecht het bezwaar tegen de brief van 6 november 2012 niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen , in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) C. van Viegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P.C. de Wit</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>