<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-06T12:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-5909 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:735">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-05T15:36:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:735 Centrale Raad van Beroep , 05-03-2014 / 12-5909 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:735:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na de tussenuitspraak is het Uwv geheel tegemoetgekomen. Proceskostenveroordeling in beroep en hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:735:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/5909 WW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 5 maart 2014 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
    <para>11 oktober 2012, 11/3451 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [gemachtigde] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Raad heeft op 18 december 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:2932) een tussenuitspraak gedaan. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een besluit ingezonden van 22 januari 2014.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft zijn zienswijze gegeven op het besluit.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met toepassing van artikel 8:57, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is afgezien van een nader onderzoek ter zitting.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Bij de tussenuitspraak is geoordeeld dat het Uwv ten onrechte bij de vaststelling van de hoogte van de uitkering wegens betalingsonmacht geen rekening heeft gehouden met de door de werkgever verschuldigde vakantiebijslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 22 januari 2014 heeft het Uwv het bezwaar van appellant alsnog gegrond geacht en de door de werkgever verschuldigde vakantiebijslag over de periode van </para>
        <para>1 mei 2010 tot en met 30 april 2011 overgenomen. Het Uwv heeft verder besloten aan appellant de kosten van rechtsbijstand in bezwaar te vergoeden tot een bedrag van € 487,-.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Volgens appellant heeft het Uwv met het besluit van 22 januari 2014 op een juiste wijze uitvoering gegeven aan de tussenuitspraak en is daarmee daadwerkelijk tegemoetgekomen aan zijn bezwaren. Hij heeft verzocht om vergoeding van zijn proceskosten in beroep en in hoger beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Uit de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak, waarbij - voor zover hier van belang - het besluit van 10 augustus 2011 in stand is gelaten, moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad ook het besluit van 10 augustus 2011 vernietigen wegens strijd met de wet. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Het besluit van 22 januari 2014 wordt door appellant niet bestreden. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht wordt dit besluit niet in de beoordeling betrokken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 974,- in beroep en € 730,50 in hoger beroep, in totaal € 1.704,50.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 10 augustus 2011;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.704,50;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 153,- vergoedt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) B.M. van Dun</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) D.E.P.M. Bary</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>QH</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>