<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:42:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6004 ZFW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2014/638</rdf:li>
          <rdf:li>AB 2014/428 met annotatie van A. van Rossem</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:717">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:717</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-04T15:26:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:717 Centrale Raad van Beroep , 19-02-2014 / 11-6004 ZFW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:717:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Buitenlandbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:717:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/6004 ZVW </para>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van <?linebreak?>30 augustus 2011, 08/4995 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (België) (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>College voor zorgverzekeringen (Cvz)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    <para>Cvz heeft een verweerschrift en aanvullende stukken ingediend.</para>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2014. Appellant is verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellant, geboren in 1944, woont in België en ontvangt een Uitkering Gewezen Militairen (UGM).</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Bij besluit van 11 januari 2007 heeft Cvz aan appellant meegedeeld dat hij in verband met aanpassing van Bijlage VI van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 (Vo. 1408/71) met ingang van 1 januari 2007 wordt aangemerkt als verdragsgerechtigde en dat hij recht heeft op zorg in zijn woonland België ten laste van Nederland. Voor dit recht op zorg is hij op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) een bijdrage verschuldigd, de zogenoemde buitenlandbijdrage. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.3.</nr>
        <para>Bij besluit van 19 juni 2007 heeft Cvz het bezwaar van appellant tegen het besluit van <?linebreak?>11 januari 2007 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft op 30 oktober 2008 (07/2914) het beroep tegen het besluit van 19 juni 2007 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en Cvz opgedragen opnieuw op het bezwaar van appellant te beslissen. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft Cvz bij besluit van 6 november 2008 (bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 januari 2007 ongegrond verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft, voor zover van belang, geoordeeld dat appellant door Cvz terecht op grond van artikel 28 Bijlage VI van de Vo. 1408/71 met ingang van 1 januari 2007 als verdragsgerechtigde is aangemerkt en dat hij een buitenlandbijdrage verschuldigd is. Onder verwijzing naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:NL:XX:2010:BO1908) heeft de rechtbank overwogen dat sociaal verzekerden op wie de regels van de Vo. 1408/71 van toepassing zijn, geen keuzerecht hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat Cvz zich terecht en op juiste gronden op het standpunt heeft gesteld dat appellant met ingang van 1 januari 2007 verdragsgerechtigde is, dat hij recht heeft op zorg in België ten laste van Nederland en dat hij voor dit recht op zorg een buitenlandbijdrage verschuldigd is.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Volgens appellant heeft het Europees Parlement louter op voorstel van Cvz Bijlage VI van Vo. 1408/71 per 1 januari 2007 gewijzigd, waardoor hij in verband met het ontvangen van UGM alsnog verdragsgerechtigde is geworden. Daarmee is volgens hem aangetoond dat sprake is van belangenverstrengeling tussen de uitvoerende en de wetgevende macht. De Raad begrijpt deze beroepsgrond aldus dat Cvz zou hebben gehandeld in strijd met de leer van de Trias Politica (scheiding der machten). Deze beroepsgrond slaagt niet. Waar het Europees Parlement als wetgever exclusief bevoegd is om Vo. 1408/71 te wijzigen, is Cvz in Nederland voor zover zijn bevoegdheid reikt belast met de uitvoering van Vo. 1408/71. Dat Cvz als uitvoeringsorganisatie advies uitbrengt aan tot regelgeving bevoegde organen, nog daargelaten of dat inzake Bijlage VI van Vo. 1408/71 ook feitelijk is geschied, maakt niet dat sprake is van strijd met de Trias Politica.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en W.H. Bel en D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) R.M. van Male</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) Z. Karekezi</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JvC</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>