<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:4330</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-06T12:17:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-6827 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:4330">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:4330</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-22T12:55:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:4330 Centrale Raad van Beroep , 19-12-2014 / 12-6827 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:4330:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uit het rapport van de deskundige blijkt, dat betrokkene op de datum in geding niet in staat wordt geacht tot het verrichten van arbeid. Met nieuw besluit geheel tegemoet gekomen. Proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:4330:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/6827 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 19 december 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 11 december 2012, 11/6783 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens betrokkene heeft mr. M.P. Spanjer een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2013. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door </para>
    <para>mr. Spanjer. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek is heropend na de zitting.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Op verzoek van de Raad heeft neuroloog A.H.C. Geerlings een neurologische expertise verricht en op 19 april 2014 verslag uitgebracht van zijn bevindingen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft nadere stukken ingediend en op 2 juni 2014 een nieuw besluit genomen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Betrokkene heeft hierop haar zienswijze gegeven. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen hebben toestemming gegeven een nader onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 28 april 2011 heeft appellant vastgesteld dat voor betrokkene geen recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat zij met ingang van 27 juni 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit is gehandhaafd bij de beslissing op bezwaar van 18 november 2011 (bestreden besluit).</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen en beslissingen gegeven over de vergoeding van proceskosten en griffierecht. </para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft zich met de uitspraak van de rechtbank niet kunnen verenigen en hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>4. Uit het rapport van de in het procesverloop genoemde onafhankelijk deskundige blijkt, dat Geerlings betrokkene op de datum in geding, 27 juni 2011, niet in staat acht tot het verrichten van arbeid. </para>
    <para />
    <para>5. Bij het besluit van 2 juni 2014 heeft appellant besloten om aan betrokkene vanaf </para>
    <para>27 juni 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe te kennen. </para>
    <para />
    <para>6. Betrokkene heeft zich met het toekenningsbesluit kunnen verenigen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>7. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat met het besluit van 2 juni 2014 geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van betrokkene. Het geding strekt zich, gelet op artikel 8:19, eerste lid van de Awb, dus niet mede uit tot dit nieuwe besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van gronden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>8. Er is aanleiding appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 1.217,50 voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep (één punt voor het verweerschrift, één punt voor het bijwonen van de zitting en een half punt voor het indienen van de zienswijze, waarbij de vergoeding voor één punt </para>
        <para>€ 487,- bedraagt), alsmede op € 19,80 voor de reiskosten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 1.236,70;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 466,- wordt geheven. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) R.E. Bakker</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) R.L. Rijnen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>IvR</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>