<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:370</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-11T13:01:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6371 BPW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:370">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:370</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-11T08:43:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:370 Centrale Raad van Beroep , 23-01-2014 / 11-6371 BPW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:370:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering terug te komen van eerder genomen besluit. Opnieuw heeft appellant geen gegevens ingebracht waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zijn verzetsactiviteiten zijn ondergewaardeerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:370:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/6371 BPW </para>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Meervoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak in het geding tussen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te[woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. R.E.F. Bergwerf Bok, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 20 september 2011, kenmerk BZ01315825 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp). </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2013. Daar is appellant verschenen, bijgestaan door mr. Bergwerf Bok. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellant, geboren in 1924, heeft in juli 1984 verzocht om op grond van de Wbp in aanmerking te worden gebracht voor een buitengewoon pensioen. Na een daartoe ingesteld onderzoek heeft de Centrale Hoofdbestuurscommissie van de Stichting 1940-1945 niet kunnen verklaren dat appellant heeft behoord tot de deelnemers aan het verzet. In overeenstemming met die verklaring heeft verweerder bij besluit van 27 mei 1987, na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het besluit van 16 januari 1989, de aanvraag afgewezen. Overwogen is dat appellant tijdens zijn verplichte tewerkstelling in Duitsland voor het eenmaal schrijven van een anti-Duitse uitlating aan een doofstomme mede-arbeider is gearresteerd en - na door het Oberlandesgericht Dresden wegens ”Zersetzung der Wehrkraft” te zijn veroordeeld - tot het einde van de oorlog gevangenisstraf heeft ondergaan<emphasis role="italic">.</emphasis> Deze eenmalige anti-Duitse uitlating is echter niet gezien als een daad voortkomende uit een verzetsintentie terwijl daarnaast ook het demonstratiekarakter ontbrak. Het tegen het besluit van 16 januari 1989 ingestelde beroep is door de Raad ongegrond verklaard bij uitspraak van 17 oktober 1991, nummer BPW 1989/8.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Nadien heeft appellant driemaal verzocht de onder 1.1 genoemde afwijzing te herzien. Deze verzoeken zijn door verweerder telkens afgewezen op grond van de overweging dat appellant geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven om een ander standpunt in te nemen. De tegen de afwijzingen ingestelde beroepen zijn door de Raad ongegrond verklaard bij uitspraken van 20 april 1995 (nummer BPW 1994/17), 27 januari 2000 (nummer 97/2859 BPW) en 12 juli 2007 (nummer 06/3764 BPW).</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.3.</nr>
        <para>In juni 2010 heeft appellant zich opnieuw tot verweerder gewend met het verzoek de onder 1.1 genoemde afwijzing te herzien. Dat verzoek is door verweerder afgewezen bij besluit van 28 februari 2011. Die afwijzing is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit op de grond dat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft vermeld die, als ze destijds bekend zouden zijn geweest, tot een andere beslissing zouden hebben geleid.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Op grond van artikel 42a van de Wbp is verweerder, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag, bevoegd een door hem gegeven definitief besluit in het voordeel van de bij dat besluit betrokkene te herzien. Gelet op het karakter van deze discretionaire bevoegdheid kan de Raad het bestreden besluit slechts met terughoudendheid toetsen. Centraal staat of door appellant feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die aan verweerder bij het nemen van het eerdere besluit niet bekend waren en die dit besluit in een zodanig nieuw licht plaatsen dat verweerder daarin aanleiding had moeten vinden om tot herziening over te gaan. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>Van dergelijke gegevens is ook de Raad niet gebleken. Evenals bij de voorgaande verzoeken om herziening bekritiseert appellant het onderzoek van de Stichting 1940-1945 op basis van al eerder bekende en beoordeelde gegevens. Opnieuw heeft appellant geen gegevens ingebracht waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zijn verzetsactiviteiten zijn ondergewaardeerd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>Gezien het voorgaande kan het besluit van verweerder om niet tot herziening over te gaan de onder 2.1 omschreven terughoudende toets doorstaan. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper als voorzitter en B.J. van de Griend en </para>
      <para>G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) R. Kooper</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) M.R. Schuurman</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>