<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:360</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-10T10:35:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-1728 ZVW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:360">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:360</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-07T13:20:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:360 Centrale Raad van Beroep , 07-02-2014 / 12-1728 ZVW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:360:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appellant heeft zich met een formulier E-121 ingeschreven bij het bevoegde orgaan (INNS) van zijn woonplaats. Door dit orgaan is op 2 maart 2010 bevestigd dat hij met ingang van 1 januari 2006 in Spanje is ingeschreven en dat de kosten van medische zorg ten laste van Nederland komen. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2006 buitenlandbijdragen ten laste van appellant (kunnen) worden vastgesteld. Dat appellant door zijn late melding bij INNS zijn uitgaven voor ziektekosten niet reeds vanaf 1 januari 2006 heeft kunnen declareren, maakt niet dat appellant geen buitenlandbijdrage vanaf deze datum verschuldigd zou zijn. Nu niet is gesteld dat de bijdragen voor 2006 en 2007 onjuist zijn vastgesteld, is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat appellant zijn bezwaren tegen het besluit van 17 maart 2011 niet konden slagen. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak in zoverre moet worden bevestigd, voor zover deze is aangevochten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:360:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/1728 ZVW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 7 februari 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>23 februari 2012, 11/240 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats], Spanje (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>College voor zorgverzekeringen (Cvz)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Cvz heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Beide partijen hebben aanvullende stukken overgelegd.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2013. Appellant is niet verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Appellant woonde ten tijde hier van belang in Spanje en hij had in dat land recht op zorg. De kosten van deze zorg komen ten laste van Nederland. Appellant is daarvoor een zogenoemde buitenlandbijdrage verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij besluit van 8 maart 2010 heeft Cvz aan appellant de definitieve jaarafrekening over 2006 toegezonden, waarbij de buitenlandbijdrage is vastgesteld op een bedrag van € 1.634,73.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3. Bij besluit van 22 maart 2010 heeft Cvz aan appellant de definitieve jaarafrekening over 2007 toegezonden, waarbij de buitenlandbijdrage is vastgesteld op een bedrag van € 1.649,81.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4. Cvz heeft het door appellant tegen de besluiten van 8 maart 2010 en 22 maart 2010 gemaakte bezwaar bij besluit van 15 december 2010 ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5. Bij besluit van 17 maart 2011 heeft Cvz het besluit van 15 december 2010 ingetrokken en de buitenlandbijdragen voor 2006 en 2007 vastgesteld op respectievelijk € 1.078,11 en </para>
      <para>€ 1.028,54.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van </para>
        <para>15 december 2010 wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het besluit van 17 maart 2011 is ongegrond verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft appellant de in beroep aangevoerde gronden herhaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Appellant heeft zich met een formulier E-121 ingeschreven bij het bevoegde orgaan (INNS) van zijn woonplaats. Door dit orgaan is op 2 maart 2010 bevestigd dat hij met ingang van 1 januari 2006 in Spanje is ingeschreven en dat de kosten van medische zorg ten laste van Nederland komen. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2006 buitenlandbijdragen ten laste van appellant (kunnen) worden vastgesteld. Dat appellant door zijn late melding bij INNS zijn uitgaven voor ziektekosten niet reeds vanaf 1 januari 2006 heeft kunnen declareren, maakt niet dat appellant geen buitenlandbijdrage vanaf deze datum verschuldigd zou zijn. Nu niet is gesteld dat de bijdragen voor 2006 en 2007 onjuist zijn vastgesteld, is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat appellant zijn bezwaren tegen het besluit van 17 maart 2011 niet konden slagen. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak in zoverre moet worden bevestigd, voor zover deze is aangevochten.</para>
        <para />
        <paragroup>
          <nr>4.2.1.</nr>
          <para>Appellant heeft gesteld schade te hebben geleden als gevolg van de late inschrijving bij INNS. Hij heeft in dit verband gesteld dat hij jarenlang zelf de kosten heeft betaald voor medische ingrepen en medicijnen. Nu het (hoger) beroep niet heeft geleid tot vernietiging van het besluit van 17 maart 2011 is er reeds daarom geen plaats voor toewijzing van het verzoek om vergoeding van die schade. </para>
          <para />
        </paragroup>
        <paragroup>
          <nr>4.2.2.</nr>
          <para>De Raad wijst er ten slotte op dat appellant, voor zover ingediende declaraties niet zouden (kunnen) worden vergoed als gevolg van de door hem gestelde nalatigheid van Cvz, hij daarover bij de burgerlijke rechter kan procederen. </para>
          <para />
        </paragroup>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier.</para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J. Brand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) I.J. Penning</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>IvR</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>