<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:3536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-04T12:53:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-1313 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:3536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:3536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-31T15:18:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:3536 Centrale Raad van Beroep , 31-10-2014 / 13-1313 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:3536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WIA-uitkering. Belastbaarheid is niet overschat. Appellant is in staat de voor hem geselecteerde functies te vervullen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:3536:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/1313 WIA</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 31 oktober 2014</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van </para>
    <para>23 januari 2013, 12/3020 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Namens appellant heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2014. Appellant is met bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>mr. M.J. van Steenwijk.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>OVERWEGINGEN</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.1. Appellant, laatstelijk werkzaam als glazenwasser, heeft zich op 2 november 2009, vanuit de situatie dat hij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving, ziekgemeld in verband met handklachten. Op 6 januari 2012 heeft hij een uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.2. Bij besluit van 5 maart 2012 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij per 18 december 2011 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.3. Bij bestreden besluit van 25 juli 2012 heeft het Uwv het tegen het besluit van 5 maart 2012 ingediende bezwaar ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor de conclusie dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de belastbaarheid van appellant onjuist heeft beoordeeld. De rechtbank is verder van oordeel dat het Uwv de geduide functies op goede gronden heeft gebruikt voor de schatting.</para>
  <para />
  <para>3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn belastbaarheid is overschat en dat hij niet in staat is de voor hem geselecteerde functies te vervullen.</para>
  <para />
  <para>4. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische stukken ingebracht die aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat hij op de datum in geding op medisch objectieve gronden meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen. In beroep heeft het Uwv afdoende toegelicht dat het nieuwe medicijngebruik niet betekent dat de beperkingen van appellant zijn onderschat. Dat dit oordeel van het Uwv niet in een verzekeringsgeneeskundig rapport is neergelegd, maar na mondeling overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep tot stand is gekomen, betekent niet dat daaraan geen waarde wordt toegekend. Uitgaande van een juiste vaststelling van de functionele mogelijkheden van appellant is er geen reden om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de voor appellant geduide functies. Geconcludeerd wordt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Gelet op dit oordeel is voor het toekennen van schadevergoeding geen plaats.</para>
  <para />
  <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
  <para>BESLISSING</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>- bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
  <para>- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van </para>
    <para>J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
    <para>31 oktober 2014.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>					(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>					(getekend) J.C. Hoogendoorn</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>JvC</para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>