<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:3451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-05T15:32:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-2632 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2013:2981" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:2981, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:3451">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:3451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-24T16:01:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:3451 Centrale Raad van Beroep , 24-10-2014 / 13-2632 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:3451:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om heropening eerder ingetrokken WAO-uitkering. Geen aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is van een relevante toename van de beperkingen van appellant in het kader van artikel 43a WAO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:3451:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/2632 WAO  </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 24 oktober 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
    <para>25 april 2013, 12/4294 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.M.M. de Poel.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para> Appellant heeft zich in 1999 ziek gemeld met whiplashklachten als gevolg van een</para>
        <para>ongeval. In verband hiermee is aan appellant met ingang van 23 januari 2000 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij besluit van 12 oktober 2005 is de arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van 13 december 2005 ingetrokken, omdat appellant per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Dit besluit heeft blijkens de uitspraak van de Raad van 26 september 2008 (ECLI:NL:CRVB:2008:BF5057) in rechte stand gehouden. In zijn uitspraak van 6 augustus 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BN3780) heeft de Raad een verzoek om herziening van de uitspraak van 26 september 2008 afgewezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para> Bij besluit van 28 februari 2012 is het verzoek van appellant om heropening van de </para>
        <para>uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) afgewezen. Bij besluit van 3 september 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 28 februari 2012 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard omdat binnen 5 jaar na 13 december 2005 geen sprake is van onafgebroken vier weken toegenomen beperkingen als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor twijfel aan het oordeel van de verzekeringsartsen dat geen sprake is van toegenomen beperkingen, voortgekomen uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan appellant een WAO-uitkering genoot.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft appellant gesteld dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. Appellant heeft gewezen op het onderzoek dat is verricht door de adviserend arts J. Biersteker van Salude Deskundige Dienst en de door hem opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 24 november 2011. Appellant is van mening dat de rechtbank een neuropsychologisch onderzoek had moeten gelasten. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een rapport van Instituut Psychosofia, gedateerd 14 juni 2013, overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Uwv heeft gesteld dat appellant zijn standpunt in hoger beroep niet met geobjectiveerde medische gegevens onderbouwt. Het Uwv heeft erop gewezen dat </para>
        <para>J. Biersteker in het BIG-register als arts is geregistreerd en niet als verzekeringsarts. Het Uwv heeft bestreden dat het rapport van Biersteker ziet op de gezondheidssituatie van appellant in de periode van 13 december 2005 tot 13 december 2010. Het Uwv heeft erop gewezen dat de arts Biersteker in zijn rapport van 24 november 2011 de ‘huidige belastbaarheid’ beschrijft. </para>
        <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In artikel 43a van de WAO is bepaald dat toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaatsvindt zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd, indien binnen vijf jaar na de datum van intrekking, in dit geval 13 december 2005, sprake is van arbeidsongeschiktheid en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Evenals de rechtbank ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat sprake is van een relevante toename van de beperkingen van appellant in het kader van artikel 43a van de WAO. De Raad verwijst naar de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 31 augustus 2012 en 3 december 2012, waarin voldoende is onderbouwd dat er geen objectieve medische gegevens zijn waaruit een wijziging van de belastbaarheid van appellant blijkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De Raad ziet in het in hoger beroep overgelegde rapport van Psychosofia van </para>
        <para>14 juni 2013 geen aanleiding het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voor onjuist te houden. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad geen aanleiding ziet voor het benoemen van een deskundige.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>				(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>				(getekend) A.C. Oomkens</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>TM</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>