<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:3421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-22T09:24:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1875 WAO-S</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:3421">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:3421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-22T09:22:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:3421 Centrale Raad van Beroep , 10-10-2014 / 11-1875 WAO-S</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:3421:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding redelijke termijn in bestuurlijke en rechterlijke fase.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:3421:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/1875 WAO-S </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 10 oktober 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoekster] te ̕[woonplaats] (verzoekster)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Staat der Nederlanden, minister van Veiligheid en Justitie (Staat)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ̕ s-Gravenhage van 16 februari 2011, 09/7060, in het geding tussen verzoekster en het Uwv. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij uitspraak van 21 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:935 heeft de Raad op dit hoger beroep beslist. Daarbij heeft de Raad het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van verzoekster om schadevergoeding met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en heeft de Raad naast het Uwv de Staat aangemerkt als partij in die procedure. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Staat en het Uwv hebben afgezien van het geven van een schriftelijke uiteenzetting en refereren aan het oordeel van de Raad.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. In zijn uitspraak van 21 maart 2014 heeft de Raad vastgesteld dat de procedure vijf jaar en een maand heeft geduurd. Vastgesteld is dat het vermoeden bestaat dat de redelijke termijn zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase is overschreden.</para>
    <para />
    <para>2. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vraag of de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de complexiteit van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van verzoeker gedurende de procesgang en de aard van het besluit en het daardoor getroffen belang van verzoeker, zoals ook uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens naar voren komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zoals de Raad heeft overwogen in zijn uitspraak van 26 januari 2009 (LJN BH1009) is de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. In die uitspraak heeft de Raad verder overwogen dat de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar, de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar mag duren, terwijl doorgaans geen sprake zal zijn van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd. Verder heeft de Raad in die uitspraak overwogen dat in beginsel een vergoeding is gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden. De in overweging 2.1 vermelde criteria kunnen onder omstandigheden aanleiding geven overschrijding van deze behandelingsduren gerechtvaardigd te achten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voor het voorliggende geval betekent dit het volgende. Vast staat dat vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift op 25 februari 2009 tot de datum van de uitspraak van de Raad op 21 maart 2014, vijf jaar en bijna een maand zijn verstreken. De Raad heeft noch in de zaak zelf, noch in de opstelling van verzoekster aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan vier jaren zou mogen bedragen. Dit betekent dat de redelijke termijn met een jaar en bijna een maand is overschreden. Dit leidt tot een schadevergoeding van driemaal € 500,-, dit is € 1.500,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De behandeling van het bezwaar door het Uwv heeft ruim zes maanden geduurd en de periode vanaf de datum van ontvangst van het beroepschrift op 7 oktober 2009 tot aan de datum van de uitspraak van de Raad heeft vier jaar en bijna zes maanden geduurd. De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan verzoekster tot een bedrag van € 1.000,- en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan verzoekster tot een bedrag van € 500,-. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt de Staat der Nederlanden (het ministerie van Veiligheid en Justitie) tot betaling  </para>
    <para>aan verzoekster van een schadevergoeding tot een bedrag van € 1.000,-;</para>
    <para>- veroordeelt het Uwv tot betaling aan verzoekster van een schadevergoeding tot een bedrag </para>
    <para>van € 500,-. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.W. Schuttel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) P. Boer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>JS </title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>