<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:2921</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-09-08T13:55:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14-2392 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2921">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2921</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-09-04T13:29:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:2921 Centrale Raad van Beroep , 04-09-2014 / 14-2392 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:2921:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ingangsdatum van de omzetting van rupiah-grondslag naar de euro-grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:2921:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>14/2392 WUV</para>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Meervoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak in het geding tussen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant]te [woonplaats], Indonesië (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft R. Thümann beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 april 2014, kenmerk BZ01702956 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940‑1945 (Wuv). </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2014. Voor appellant is R. Thümann verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1.1. Appellant is in 1978 erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Met ingang van 1 oktober 1975 is hem onder meer een periodieke uitkering toegekend. Daarbij is de grondslag van de uitkering met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b, van de Wuv vastgesteld naar het inkomen in Indonesisch courant dat uit het in Indonesië uitgeoefende beroep of bedrijf zou zijn genoten (rupiah-grondslag).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Eind 2012 heeft de Raad in een geschil tussen verweerder en een andere uitkeringsgerechtigde (L) een uitspraak gedaan die inhoudt dat het hanteren van de rupiah-grondslag een onderscheid op grond van nationale afkomst oplevert dat in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Dit betekende dat artikel 8, derde lid, onder b, van de Wuv  gelet op de artikelen 93 en 94 van de Grondwet  buiten toepassing had moeten worden gelaten en dat de uitkering van L op grond van de hoofdregel, neergelegd in onderdeel a van dit artikellid, had moet worden berekend naar de grondslag in euro's (CRvB 20 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY7821).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3. Die uitspraak van de Raad heeft geleid tot indiening van een voorstel van wet op grond waarvan in de Wuv de grondslag naar het inkomen in Indonesisch courant komt te vervallen (Kamerstukken II, 2013‑2014, 33 856, nr. 2). Onderdeel van het voorstel is, deze wijziging te laten terugwerken tot de datum van de uitspraak van de Raad. Vooruitlopend op de totstandkoming van de wetswijziging heeft verweerder het beleid ontwikkeld om uitkeringen op basis van de rupiah-grondslag alvast ambtshalve naar de euro-grondslag te herzien. Als ingangsdatum geldt daarbij 1 december 2012. Dit is de eerste dag van de maand waarin de Raad zijn uitspraak heeft gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4. Bij besluit van 24 september 2013 heeft verweerder met ingang van 1 december 2012 onder meer de grondslag van de uitkering van appellant voorlopig vastgesteld op € 2.004,74 per maand. Op 14 november 2013 heeft verweerder aan appellant uitkeringsspecificaties toegezonden waarin de nieuwe grondslag is verwerkt. Hiertegen heeft appellant bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is aangemerkt als gericht tegen het besluit van 24 september 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5. Bij besluit van 11 december 2013 heeft verweerder de grondslag van de uitkering met ingang van 1 december 2012 definitief vastgesteld op € 3.682,68 per maand. Het onder 1.4 bedoelde bezwaar is aangemerkt als mede tegen dit wijzigingsbesluit gericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Naar aanleiding van hetgeen partijen in beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>In geschil is uitsluitend de ingangsdatum van de omzetting naar de euro-grondslag. Deze is door verweerder gesteld op 1 december 2012. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Niet valt in te zien dat verweerder een eerdere ingangsdatum had moeten toepassen dan de eerste dag van de maand waarin de Raad de onder 1.2 genoemde uitspraak heeft gedaan.</para>
          <para>De in het verleden jegens appellant tot stand gebrachte besluitvorming is inmiddels rechtens</para>
          <para>onaantastbaar geworden. Dat de Raad in een andere zaak heeft geoordeeld dat de wetgeving</para>
          <para>waarop die besluitvorming was gebaseerd buiten toepassing had moeten worden gelaten, heeft</para>
          <para>weliswaar terecht ook buiten het bestek van die zaak tot aanpassingen voor de toekomst</para>
          <para>geleid, maar maakt niet dat verweerder tevens al hetgeen in het verleden jegens appellant is</para>
          <para>besloten - en, logischerwijs, ook alle jegens andere personen dan appellante genomen</para>
          <para>besluiten waarbij de rupiah-grondslag is toegepast - uit eigen beweging met terugwerkende</para>
          <para>kracht aan de bewuste uitspraak van de Raad had moeten aanpassen. Het leerstuk van de</para>
          <para>formele rechtskracht staat hieraan in de weg. Het bezwaar van appellant behoefde ook niet</para>
          <para>alsnog tot een ingreep als zojuist bedoeld te leiden. Naar vaste rechtspraak van de Raad</para>
          <para>(uitspraak van 6 november 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG5037) brengen wijzigingen in</para>
          <para>rechtsopvatting, behoudens zeer bijzondere omstandigheden, immers geen verplichting met</para>
          <para>zich mee om terug te komen van eerdere, rechtens onaantastbaar geworden besluitvorming.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het voorgaande wordt niet anders door de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 februari 2008 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In deze brief geeft de staatssecretaris, in navolging van een oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling van 16 augustus 2007 (CBG 2007-152), blijk van een opvatting die in lijn ligt met de uitspraak van de Raad van 20 december 2012. Daarbij is weliswaar aangekondigd dat de wet zal worden aangepast, maar dat is iets anders dan het</para>
          <para>aankondigen van ambtshalve aanpassingen van rechtens vaststaande besluitvorming uit het</para>
          <para>verleden. Aan de genoemde brief heeft appellant evenmin enig vertrouwen mogen ontlenen</para>
          <para>ten aanzien van de ingangsdatum van de aangekondigde wetswijziging. Het uiteindelijk </para>
          <para>- pas na de uitspraak van de Raad - ingediende voorstel van wet gaf verweerder geen aanleiding om de ingangsdatum van de omzetting vroeger te stellen dan op 1 december 2012.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.</nr>
        <para>Door de ingangsdatum van de omzetting - in lijn met het bepaalde in artikel 34, eerste lid, van de Wuv - te stellen op de eerste dag van de maand waarin de Raad zijn uitspraak heeft gedaan, heeft verweerder appellant niet tekort gedaan. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.</nr>
        <para>Het beroep is dus ongegrond.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en </para>
      <para>B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 september 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) A. Beuker-Tilstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para>Q</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>