<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:2510</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-09-02T14:57:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-5756 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2012:4705" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2012:4705, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2510">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2510</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-25T13:36:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:2510 Centrale Raad van Beroep , 23-07-2014 / 12-5756 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:2510:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslag op WIA-uitkering. Bezwaren betreffende een gelegd beslag ingevolge artikel 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen te worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter en is de derde-beslagene (hier: het Uwv) gehouden volledige medewerking aan het beslag te geven zonder de geldigheid en de omvang daarvan te mogen beoordelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:2510:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/5756 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 23 juli 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
    <para>30 augustus 2012, 11/3834 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. A.M. Grannetia, advocaat, hoger beroep, ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft vervolgens meegedeeld de procedure verder zonder mr. Grannetia voort te zetten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door E.C.M. van Eerden. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>mr. W.M.J. Evers.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellant ontvangt sinds 5 september 2008 een uitkering op grond van de </para>
        <para>Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 18 mei 2011 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat naast een eerder beslag van de Gemeente Rotterdam ook deurwaarder[naam] beslag heeft gelegd op zijn Wet WIA-uitkering en dat ter uitvoering van dat beslag een gedeelte van de uitkering zal worden ingehouden en afgedragen aan de deurwaarder, waardoor appellant € 710,12 per maand ontvangt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Bij besluit van 28 juli 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen het besluit van </para>
          <para>18 mei 2011 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hierbij geoordeeld dat het Uwv bij het nemen van zijn besluit binnen het kader van het beslag is gebleven. In dit verband heeft de rechtbank - onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Raad - overwogen dat de bestuursrechter omtrent het gelegde beslag zelf geen oordeel toekomt. Dat is voorbehouden aan de burgerlijke rechter. De geldigheid van het gelegde beslag moet in dit verband als een gegeven worden beschouwd. Van de door appellant gestelde strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.</nr>
        <para>In hoger beroep heeft appellant herhaald dat het Uwv niet zonder onderzoek naar de grondslagen en de geldigheid van het beslag zijn medewerking daaraan had mogen verlenen. Een dergelijke gang van zaken zou naar de mening van appellant niet in overeenstemming zijn met artikel 6 van het EVRM. De handelswijze van het Uwv heeft geleid tot inbreuk op zijn privéleven als omschreven in artikel 8 van het EVRM. Daarnaast heeft appellant uitgebreid gronden aangevoerd tegen het eerder door de gemeente Rotterdam gelegde beslag. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.</nr>
        <para>Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (bijvoorbeeld CRvB 31 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE6792 ) kan de beslagdebiteur (hier: appellant) bezwaren betreffende een gelegd beslag ingevolge artikel 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorleggen aan de burgerlijke rechter en is de derde-beslagene </para>
          <para>(hier: het Uwv) gehouden volledige medewerking aan het beslag te geven zonder de geldigheid en de omvang daarvan te mogen beoordelen. Ook de bestuursrechter dient bij de beoordeling van een betalingsbeslissing ter uitvoering van een gelegd beslag de geldigheid daarvan als een gegeven te beschouwen en zijn toetsing kan niet verder strekken dan de beantwoording van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van zijn betalingsbeslissing binnen het kader van het beslag is gebleven. Al het overige hetgeen appellant in dit verband nog naar voren heeft gebracht zal dan ook onbesproken worden gelaten.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Nu appellant in hoger beroep weliswaar heeft gesteld, maar niet aan de hand van enig concreet gegeven aannemelijk heeft gemaakt, dat het Uwv niet binnen het kader van het gelegde beslag is gebleven, slaagt het hoger beroep niet. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <para>Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) H.G. Rottier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) S.K. Dekker</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CVG</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>